Overlijden ds. Van Niel

Onze geachte Leeraar, de WelEerw. Zeer Gel. Heer B.E.C. van Niel werd na een langdurige ongesteldheid den 2 De­cember (1836) door den dood van ons weggenomen; hij stierf in den ouderdom van 54 jaren, na bijna 32 jaren het evangelie der genade Gods in deze Gemeente verkondigd te hebben. Zijn sterven treft ons, doordien wij in hem een Leeraar ver­loren hebben, wiens pogingen zich daarheen uitstrekten om verlichting en beschaving in zijn kring te bevorderen en uit te breiden. Wij berusten echter in den wil van God, die altoos wijs, heilig en goed is. Den 11 December werden wij in de Voormiddag Godsdienstoefening bij dat sterfgeval opzette­lijk bepaald, door den consulent dezer gemeente Ds. A. Visch van Epe, die naar aanleiding van Jesaja 57 vs. 2 ter onzer opwekking en bemoediging tot ons sprak, om door Gods genade zóó te leven, dat wij die hope mogen kunnen voeden, van ook eenmaal, als dezulken die in den text bedoeld worden, in vrede te zullen henengaan en te rusten op onze slaap­steden.

Doordien onze Leeraar niet getrouwd is geweest, en hij dus geene Weduwe of kinderen nalaat, zoo zal de Kerkeraad dezer gemeente, na bekomene handopening, spoedig overgaan tot het beroepen van een anderen Leeraar.

In 1838 is op het Kerkhof een eenvoudig doch fraai ijzeren grafteeken opgericht, ter vereering zijner nage­dachtenis. Dit gedenkteeken is bekostigd uit vrijwillige bij­dragen der gemeenteleden en bijzondere vrienden.

Thans[6] is het ijzeren hekje verwijderd en prijkt er een mooie steen met inscriptie op zijn graf.