Ds. Jonathan Bastiaan Nijhoff (1848-1856)

Het dorp wordt in het jaar 1848 aldus beschreven[1]:

Vaassen op de Middel-Veluwe, door het menigvuldig hoog geboomte en de vele beken, waardoor deze streek doorsneden wordt, is zeker een der bekoorlijkste plaatsen der Veluwe. Het is een lang dorp, zich vertoonende als een straat, ter weerszijden met huizen betimmerd, van welke de meeste met pannen gedekt zijn. Men telt er in de kom van het dorp ongeveer 620 inwoners, doch met de daartoe behoorende buurtschappen Hegge, Broek, en Wester-Enk ongeveer 1900 inwoners, die meest in den landbouw hun bestaan vinden. Ook heeft men er 1 koper-, 15 papier- en 2 korenmolens, benevens 1 olie- en pelmolen. De Hervormden zijn 1260 in getal, waaronder 530 lidmaten.

De Kerkeraad, op 1 november 1847 voor beroepingswerk bijeen, maakte een twaalf-, zes- en drietal op, en beriep eenparig Ds. J.B. Nijhoff van Spaarndam, die dit beroep den 13 november aannam, in afwachting van de kerkelijke en toen nog vereischte Koninklijke goedkeuring.

Deze stukken lieten niet lang op zich wachten, en toen alles in gereedheid was gebracht, werd hij 12 maart 1848 door zijn ambtsvoorganger ds. J. Siblesz bevestigd met Handelingen 18 vers 10: “Ik ben met U”. Des namiddags deed de bevestigde intree met de woorden uit 1 Corinthiërs 1 vers 23: “Wij prediken Christus den gekruisigden”.

Ds. J.B. Nijhoff was in 1813 te Amsterdam geboren en bezocht aldaar van 1831—’34 het Athenaeum.

Reeds 6 maart 1833 vinden wij hem als student ingeschreven te Leiden; in 1837 werd hij kandidaat bij het Provinciaal Kerkbestuur van Zeeland. Pas in 1840 werd hij aan zijn eerste gemeente Kwadijk verbonden, vertrok van daar in 1843 naar Spaarndam, waar hij tot zijn vertrek naar Vaassen stond. Hij was gehuwd met Maria Susanna Elisabeth Backer.

De periode van ds. Nijhoff is belangrijk te noemen van­wege den kerkbouw. Terloops zij reeds opgemerkt dat Willem Smit den 9 december 1848 voor ouderling bedankte, omdat de kerkeraadsbank hem te nauw was, maar de Kerkvoogden vonden geen termen aanwezig om daarin verandering aan te brengen. Misschien leefde toen reeds de gedachte van mogelijken nieuwen bouw, waartoe het in 1852—’53 kwam.

 

Kerkbouw

Het oude gebouw, waarvan het oudste gedeelte uit het jaar 891 dateerde, werd te slecht en te klein. Den 16 mei 1852 preekte ds. Nijhoff er voor het laatst, handelende naar aan­leiding van Mattheus 24 vers 2b: “Daar zal niet één steen op den anderen gelaten worden, die niet zal worden afgebroken”. De afbraak was binnen een maand een feit geworden en inmiddels hield men godsdienstoefening in de school, waarmee men zich behelpen moest. Uiteraard beliep de collecte dat jaar weinig; vandaar de collecte langs de huizen. Het rondom de kerk liggende kerkhof was toen reeds 23 jaren gesloten en is toen of kort daarop geheel verdwenen. Bij het graafwerk werden veel doodsbeenderen opgedolven, en de politie hield een wakend oog op de kwajongens, die met schedels waaraan nog het haar vastzat, over het dorp liepen.

Woensdag 19 juni 1852 heeft ds. Nijhoff van het nieuwe kerkgebouw den eersten steen gelegd, gelijk ook het gedenk­steentje uitwijst. Precies een jaar na de laatste preek in het oude gebouw werd het nieuwe ingewijd, en wel den 16 mei; volgens dezen datum is zulks dus op maandag geschied.

Het bericht over de inwijding luidt als volgt[2]:

De dag van heden 16 Mei was voor de Herv. Gemeente alhier een ware feestdag. Het nieuw gestichte bedehuis, waartoe zij zoo mild bijdroegen en dat, door zijn uit- en inwendige schoonheid, maar niet minder door zijn doelmatige inrichting, een sieraad van ons dorp, den kundigen en smaakvollen bouwheeren B. Looman en Ph. Wegeriff, architect en aan­nemer, tot hooge eer verstrekt en op een treffende wijze den geest der liefde verkondigt, die er in onze gemeente heerscht, werd hedenmiddag in het gemeenschappelijk gebed Gode opgedragen. Onze waarde Leeraar, Ds. J. B. Nijhoff, stemde de groote menigte, die zich in het heiligsdom vergaderd had, tot dit plechtig gebed, en sprak vervolgens naar aanleiding van 2 Cor. 5 vs. 17b: “Het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden”. Hij smeekte ons, dat wij het bij de vernieuwing van ons bedehuis niet zouden laten berusten, maar vooral ook op onze geestelijke vernieuwing bedacht zouden zijn.

 

Met een dankbaar gevoel herinnerden wij ons tevens de weldadigheid van onderscheidene edele gevers uit onze na­burige Gemeente, uit de hoofdstad des Vaderlands en zelfs van eenige onzer Katholieke medechristenen; en van geheeler harte vereenigden wij ons met den dank die aan onder­scheidene achtenswaardige personen, namens de Gemeente en heeren Kerkvoogden werd toegebracht voor hunne mede­werking, inlichting; liefde en hulp. Eere en lof werd ook in hen den Allerhoogsten toegebracht, die door Zijn H. Geest in zoo velen zóó veel goeds heeft gewrocht. Niet licht zal deze dag en die stond bovenal vergeten worden, waarin de ontel­bare schare zich eerbiedig nederboog voor den troon des Almachtigen. God verhoore genadiglijk die smeekingen![3]

Bij gelegenheid van deze inwijding gaf ds. Nijhoff aan de kerk ten geschenke een kanselbijbel van Elsevier anno 1663. Deze ligt er nu niet meer wegens slijtage. Echter is het exem­plaar nog wel in ons bezit. Er staat eigenhandig in geschreven:

Gegeven aan de Kerk der Hervormde Gemeente te Vaassen voor den predikstoel bij gelegenheid van de inwijding der nieuwe Kerk op den 16den Mei des jaars 1853 door Bastiaan Nijhoff.

Door de afbraak van de oude kerk verviel de consistorie­kamer, oudtijds gelegen aan de Marktzijde; derhalve brak men den torenmuur door en richtte de torenruimte tot ver­gaderlokaal in, hetgeen niet zeer doeltreffend geweest is.

De eerste doopelingen in dit nieuwe kerkgebouw waren Bart van Laar, Maria Antonia Zwerus en Elbert van Laar.

 

Overige kerkelijke wetenswaardigheden

Den eersten tijd was er in de kerk nog geen verlichting, en zoo hield men de laatste drie lijdensweken des woensdags dienst om 4 uur. De Synodale aanschrijving om den Goeden Vrijdag als Christelijken feestdag te vieren ondervond hier bezwaren “omdat er Vrijdags te Deventer markt was”.

Voorts heeft ds. Nijhoff vergeefsche moeite aangewend om van B. en W. te Epe gedaan te krijgen de kermis af te schaffen.

Ook heeft de kerkeraad zijn bijval betuigd met het voorstel van de Classis om een adres in te zenden bij de Synode tot handhaving van de leer der Kerk.

In 1856 kwam in behandeling de bespreking van de wet op het lager onderwijs, waarbij de Bijbel van de School zou worden verwijderd, en deze dus van haar Christelijk karakter zou worden beroofd, en in een neutrale omgezet. De Kerkeraad, 5 Maart 1856 vergaderd, besloot als volgt[4]:

De Praesis stelt de Vergadering voor een adres in te zenden aan de Tweede Kamer der Staten Generaal om, zoo mogelijk het ontwerp van wet op het lager onderwijs, dat lijnrecht inloopt tegen de belangen van het Christendom en de eer der Nederl. natie, te doen vernietigen. Met algemeene stemmen keurt men dit goed.

De Kerkeraad sprak zich dus positief uit voor Christelijk nationaal schoolonderwijs.

 

Verdere gegevens over ds. Nijhoff

Van de hand van ds. Nijhoff is verschenen, uit het Fransch vertaald: F. Couliss, De roeping des Christens[5]. Den 13 juli 1856 nam hij afscheid van onze gemeente met Filippensen 1 vers 27, wegens vertrek naar IJsselmuiden. In 1857 stond hij te Nijkerk, 1859 te Nieuw-Loosdrecht, 1862 te Dedemsvaart. Op 1 januari 1864 werd hij emeritus, en nam reeds 27 september 1863 een vervroegd afscheid. Den 1 november 1864 is hij op 51-jarigen leeftijd te Barneveld overleden, zijn echtgenoote nalatende. De Kerkelijke Courant van 12 november 1864 getuigt: Hij was iemand van gemoedelijken ernst, die een nederig voorbeeld naliet.

 


[1] A..J. v. d. Aa. XI, 493, Anno 1848.
[2] Boekzaal 1853 bl. 734—’35.
[3] Een dergelijk voorval van kerkinwijding heeft in Nijhoffs leven plaats gehad 1 Dec. 1844 te Sandpoort, en 29 Dec. 1844 te Spaarndam. De binnenoppervlakte der kerk te Vaassen bedraagt 16½ bij 27½ Meter. De zuidelijke muur buigt van boven iets naar buiten uit.
[4] Art. 15 van de notulen.
[5] Höveker 1864.