Kerkrestauratie

Interieur en liturgisch centrum voor 1962

De vernieuwing van het kerkinterieur heeft vele jaren op het verlanglijstje gestaan, zowel van gemeenteleden als van de kerkelijke colleges.
Op 16 februari 1957 gaan de kerkvoogden al eens een kijkje nemen in Apeldoorn om daar uit te zien naar een geschikt model kerkbank ter vervanging van het eigen kerkmeubilair.
In juni laat men zelfs architect Pothoven uit Amersfoort naar Vaassen komen om zijn advies over een eventuele restauratie van het interieur te vernemen. Ook nu zijn de financiën weer de oorzaak dat dit initiatief geen werkelijkheid kan worden.

Medio 1960 komt er echter uit de Jeugdcommissie een suggestie naar voren om een goede financiële onderbouwing te scheppen voor de interieurvernieuwing. Dit plan, dat als de z.g. “Kwartjesactie” bekend is geworden, vindt een dankbaar onthaal bij de Kerkvoogdij.
Deze actie, die vijf jaar geduurd heeft is een overweldigend succes geworden. De gemeente heeft in die periode door middel van deze “Kwartjesactie” ruim 46.000 gulden bijeen gebracht. Doordat bijna 800 gemeenteleden hun deelname aan deze actie toezegden, kon de kerkvoogdij architect Pothoven opdracht geven een definitief plan voor de restauratie te maken. Van verschillende gemeenteleden kwam daarna de suggestie om de werkzaamheden in vrije tijd en met vrijwillige krachten uit te voeren, teneinde te kosten zo laag mogelijk te houden.

Hoewel men hier eerst nogal veel problemen in zag, gezien de grote omvang van het werk, werd besloten dit aanbod te aanvaarden en deze vernieuwing geheel door vrijwilligers te doen uitvoeren. 20 mei 1962 houdt ds Kalmijn voor het laatst dienst in de “oude” kerk en ’s maandagsavonds is het dan zover.

Een groot aantal vrijwilligers gaat met bijlen en motorzagen de oude kerkbanken te lijf en de restanten worden buiten de kerk opgeslagen. Hierna wordt er een begin gemaakt met het afbikken van de buitenmuren. Als architect Pothoven donderdags op doorreis naar Epe het resultaat van 3 avonden vrijwilligersactiviteit in ogenschouw neemt, kan hij nauwelijks geloven dat daar ’s zondags tevoren nog kerkdienst gehouden is.
’s Avonds komt bij graafwerk de grafkelder van de familie Isendoorn à Blois aan het licht, wat aanleiding is tot overtrokken berichten in de pers en waarbij Maarten van Rossum weer voor het voetlicht komt. Deze kelder noemt ds G. van der Zee op bladzijde 5 van zijn Kerkgeschiedenis van Vaassen en waarbij hij ten onrechte vermeldt dat de kelder in 1852 met rijshout werd dichtgemaakt met als gevolg dat op die avond de nieuwe betonnen ondervloer gestort wordt en bijna 30 m3 beton per kruiwagen het kerkgebouw wordt binnengereden.

Een gift van 10.000 gulden maakt het mogelijk dat ook de toren gedeeltelijk in de vernieuwing wordt betrokken. Een deel van dit bedrag is namelijk bestemd voor een nieuw uurwerk met electrisch verlichte wijzerplaten en een electrischeluidinstallatie voor de beide kerkklokken. Het grootste deel van de schenking dient om het orgel met enkele stemmen uit te breiden.
Als het tegen de bouwvakvakantie loopt zeggen de pessimisten dat het hierna met de animo van de vrijwilligers wel gebeurd zal zijn. Maar deze veronderstelling blijkt totaal ongegrond. Met frisse moed gaat men nadien verder en zelfs de consistoriekamer krijgt een vernieuwingsbeurt. Doch ook buiten het kerkgebouw wordt veel werk verzet. In de modelmakerij van de Vulcanus maakt men de fraaie preekstoel die op het liturgisch centrum een plaats zal krijgen.

De kerkbanken, die van een hierin gespecialiseerd bedrijf worden betrokken, zijn wat vorm betreft het resultaat van enkele speurtochten in andere kerkgebouwen, met als gevolg een oecumenische oplossing. Onze kerkbank heeft wat zitting betreft gereformeerde en christelijk-gereformeerde invloeden, aangevuld met enkele Ned. Hervormde denkbeelden.

Eindelijk de 14e december 1962 is het zover en kan tijdens een speciale dienst het geheel vernieuwde kerkgebouw weer in gebruik worden genomen.
Na een welkomstwoord door ds. Kalmijn werd namens de medewerkers aan de kerkvernieuwing een plaquette aangeboden, welke een herinnering aan de interieurvernieuwing vermeldt en thans onder de toren is aangebracht. De voorzitter der kerkvoogdij memoreerde hierna de voorgeschiedenis der restauratie en bedankte allen die hieraan hadden meegewerkt.
Ook sprak hij een woord van dank tot het kerkbestuur der Gereformeerde kerk door wier bereidwilligheid het mogelijk was tijdens de kerkvernieuwing onze kerkdiensten in het gebouw voor Chr. Belangen aan de Kosterstraat te houden. Hierna droeg hij het kerkgebouw over aan de voorzitter der kerkeraad.
Na een dankwoord van ds. Kalmijn, werd hierna de kanselbijbel weer binnengebracht en op de kansel gelegd, diakenen plaatsen het avondmaalszilver op de tafel, enige jongeren brachten het kerkboek binnen, terwijl een groepje kinderen het doopbekken naar zijn plaats bracht. Met het luiden van de kerkklokken en orgelspel “Jesu bleibet meine freude”, werden de openingsplechtigheden besloten.
In de hierop volgende kerkdienst ging hulpprediker Vossers voor, die zijn predikatie hield naar aanleiding van Openbaring 21, vers 5: “Zie, Ik maak alle dingen nieuw”. Het laatste gedeelte van deze voor de Hervormde gemeente van Vaassen zo belangrijke kerkdienst werd geleid door ds. Kalmijn.
Hoewel deze dienst door vele genodigden werd bijgewoond, was het teleurstellend dat namens de Ring en de Classis geen afgevaardigde afgevaardigde aanwezig was, en ds. Kalmijn namens deze zelf het woord moest voeren. Met deze avond is een belangrijke periode in de Vaassense kerkgeschiedenis afgesloten.

Vele weken waren gemiddeld circa 30 personen gedurende de avonduren met de vernieuwing bezig, welke Gode zij dank zonder ongevallen mocht verlopen.

De restauratie en uitbreiding van het orgel is sedert dien ook geheel gereedgekomen en kon op 31 oktober 1964 door onze organist Heymen van ’t Einde met een orgelconcert in gebruik worden genomen.