Vrijzinnig de 21e eeuw in?

Het verleden

Het begin ligt in de 19e eeuw; voordien was er ook wel vrijzinnigheid, het is er altijd geweest, meestal als randverschijnsel, maar in de vorige eeuw komt ze tot de grootste bloei ooit. Die eeuw liet onstuimige ontwikkelingen zien op het gebied van wetenschap en techniek, de ene opzienbarende vinding na de andere: het vervult de mensheid met trots en verbazing. ‘Vooruitgang’ en ‘toekomst’ zijn modewoorden, maar ook is er vage angst of dat allemaal wel goed blijft gaan.

De stoom bracht industrialisatie, maar ook een proletariaat -de ‘massa’­ met veel plichten, weinig bezit en nauwelijks rechten. Wat de geneeskunde wist te bereiken leek bovenmenselijk: besmettelijke ziekten, altijd beschouwd als een gesel Gods, waartegen niets te doen was, bleek men te kunnen voorkomen of genezen, dankzij het werk van Louis Pasteur, Robert Koch en vele anderen. De nieuwe tijd speelde zich wel voornamelijk af in de kringen van de wetenschap en hogere standen – daar had men het geld, daar kon men gaan studeren – maar de wonderen van de stoommachine en medische wetenschap drongen door tot in alle lagen van de bevolking.

Sleutels tot al die ‘vooruitgang’ waren een steeds meer mogelijk makende techniek, wetenschappelijk vaststelbare feiten, het proefondervindelijk bewijs. Wie als geleerde wilde meetellen moest zijn werk schoeien op de moderne leest.

Ook de theologie ontkwam niet aan de tijdgeest. Bijbel en geloofsleer werden getoetst aan de nieuwe maatstaven, met verwoestende gevolgen voor Kerk en geloof: de schepping kon niet in zes door-de-­weekse dagen tot stand zijn gebracht, mensen lopen niet over water, … heeft Jezus eigenlijk wel geleefd?

Sloten behoudende gelovigen zich angstvallig af voor al die nieuwlichterij, de meer open vrijzinnigen werden aanhangers van de ‘Moderne Richting’. De hele Hervormde Kerk leek ‘modern’ te worden. Het was de tijd, dat de dominees nog van hogerhand werden benoemd en zo kwamen in zeer ‘zware’ Gemeenten zeer ‘lichte’ predikanten; met onrust, kerkstrijd en afscheidingen tot gevolg.

 

Het heden

Oefenden vrijzinnigen, aanhangers van het Modernisme, sterke invloed uit op de wetenschappelijke theologie, zelf werden ze beïnvloed door het geloofsleven in de meer rechtzinnige kringen. Er ontstond een ‘rechts modernisme’, met als voorman K.H. Roessingh. Anderzijds namen ruimdenkende rechtzinnigen veel van de moderne opvattingen over, m.n. de Historisch-Critische Bijbeluitleg – steen des aanstoots bij uitstek. Van weerskanten begon men in te zien, dat, bijvoorbeeld, de Bijbelse wonderen geloofswaarheden verkondigen en niets met natuurkunde van doen hebben.

Juist doordat zijn ideeën ingang vinden, boet het Modernisme aan kracht in. Tussen het wit van de radicale modernen en het zwart van uiterst rechts ontstaat een brede strook grijs: in deze Midden­Orthodoxie groeien, vooral na de oorlog, rechtzinnige en vrijzinnige opvattingen naar elkaar toe. Het maakt de noodzaak je als vrijzinnigen te organiseren kleiner, terwijl bovendien veel oud-modernen en vrijzinnigen buitenkerkelijk werden – de vrijzinnigheid werd weer een randverschijnsel!

Een laatste, krachtige opbloei van het Vrijzinnig Protestantisme leek de teruggang te keren: de VPRO, de vrijzinnige radio-omroep, brengt het gedachtengoed van de vrijzinnigheid in alle huiskamers. Van grote invloed was daarbij de rol van Nicolette Bruining, die liet zien wat vrijzinnig-zijn betekende in de strijd om vrouwenemancipatie.

De teloorgang van de VPRO als verkondiger van vrijzinnige gedachten ­in 1968, ‘gekraakt’ door een doortastende actiegroep – heeft de vrijzinnigheid doen slinken tot een krachteloze minderheid, onmachtig een Nieuwe Vrijzinnige Omroep te stichten.

 

Toekomst?

Intussen verloopt de geschiedenis niet overal gelijk. Terwijl de hoofdstroom van de vrijzinnigheid allang is ingebed in het kerkelijk geheel en veel rechtzinnigheid vrijzinnig genoeg is geworden voor talloze modern denkende gelovigen, woedt elders nog ouderwetse, 19e eeuwse kerkstrijd, zelfs tot op heden. Dat betekende oprichting van een VVH -Vereniging van Vrijzinnige Hervormden – of, breder van opzet, een NPB – Nederlandse Protestanten Bond -teneinde een prediking te horen en een kerk – zijn te beleven, die aansluiten bij een kijk op wereld en leven, waarin ook de jongste ontwikkelingen op geestelijk gebied zijn verwerkt.

In 1937 nog werd in Vaassen het ‘kerkje’ gebouwd, dat er dus nu 60 jaar staat. Maar ook in Vaassen staat de tijd niet stil. De betrek­kingen met de ‘grote’ hervormde Kerk zijn, God zij dank, intussen sterk verbeterd. Niettemin heeft een VVH zin en bestaansrecht, mits ze datgene verdedigt en uitdraagt, wat elders, bij de rechtzinnigheid, niet of minder nadrukkelijk wordt verkondigd. Dat is nog altijd openheid voor ontwikkelingen in kunst en wetenschap, in de theologie, in de politiek; het eerbiedigen van andermans eerlijke overtuiging, ook als men die als onjuist moet verwerpen.

Dat men dan als vrijzinnigen deze hoge waarden allereerst zelf in praktijk dient te brengen, spreekt vanzelf. De ‘Eerbied voor het leven’ en de verdraagzaamheid, zoals Albert Schweitzer die voorleefde, zijn nog altijd een aansporing tot navolging en een blijvende aanbeveling van vrijzinnige gedachten bij andersdenkenden.

Vrijzinnigheid heeft ongetwijfeld toekomst: ze is er altijd al geweest en zal er zijn, ook in de 21e eeuw! Dat betekent nog niet, dat de huidige vrijzinnigheid blijft bestaan. De wet van de vertragende voorsprong geldt ook hier: in veel opzichten is men allang links ingehaald door vooruitstrevende Gereformeerden en zich niet vrijzinnig noemende vrijzinnige Hervormden. VVH-zijn is ook geen doel in zichzelf, maar moet uit noodzaak zijn geboren.

Merkwaardigerwijs: of er in de toekomst nog een georganiseerde vrijzinnigheid zal zijn, hangt af van de rechtzinnigheid!

Ds. W.A. Hage