Gesprek met de familie Stegeman

Vraag: “Zestig jaar geleden werd het kerkje aan de Deventerstraat gebouwd. Waar ging u vroeger naar de kerk?” 

Mw. Stegeman: “Toen ik nog op de lagere school in Tongeren was gingen we met mijn moeder mee naar de kerk in Epe. We hadden een groot gezin, negen kinderen, en we gingen lopend naar de kerk. Mijn moeder droeg dan de plooimuts. Op school kregen we godsdienstles van de heer Holkeboer. Iedere week moest je een versje leren en je paste wel op dat je ’t kende!” 

Hr. Stegeman: “Ik was in Emst op school en had dezelfde godsdienstleraar.
Evert van Loenen, de latere dominee van Loenen, zat een klas hoger.
Hij kon goed leren. Mijn broer en ik trouwens ook, maar in ons gezin van acht kinderen was er niet voldoende geld om meer dan een zoon te laten doorleren. Mijn broer mocht verder.”

Mw. Stegeman: “We gingen allebei in Epe naar de kerk. We kregen er ook catechisatie, net als Evert van Loenen. Klazien, die met Evert getrouwd is, zat overigens bij mij op school! Zover ik weet leeft ze nog.”

 

Vraag: “Wanneer bent u naar Vaassen gekomen?”

Mw. Stegeman: “Na ons trouwen zijn we in Vaassen komen wonen op de Wildweg.”

 

Vraag: “Ging u nog steeds in Epe naar de kerk?”

Hr. Stegeman: “Nee, Epe was te ver toen de kinderen kwamen. Vaassen en Emst waren veel zwaarder en daarom ging de vrouw naar de diensten van de Vrijzinnigen in café Spoorzicht. Ik paste op de drie kinderen.”

Mw. Stegeman: “We hebben de kinderen wel laten dopen in Epe, maar daar moest je permissie voor hebben.”

 

Vraag: “Waren er veel mensen bij de bijeenkomsten in Spoorzicht?”

Mw. Stegeman: “Ja, heel veel. ’t Was een grote zaal, er konden wel zo’n 150 mensen in. We hadden geen eigen dominee, maar wel heel goede uit de omgeving. Ik herinner me bijvoorbeeld nog dominee te Gronden uit Deventer. Maar de kinderen moesten ergens anders naar zondagsschool. Daarom is er een actie geweest voor een eigen kerkgebouw. Toen het klaar was, was het er iedere zondag propvol. De oom van Eef Bretveld, Gert-Jan de Boer, was een soort koster. Hij keek altijd waar nog plaats was. De jongeren kwamen het laatst en moesten op het balkon zitten. Dat ze niet altijd even oplettend naar de preek luisterden, bleek uit het naar beneden dwarrelen van papiertjes e.d.! De vrouwenvereniging vergaderde er ook. Daar ben ik een poosje lid van geweest. Maar het eindigde vaak niet op tijd. Andries kwam me altijd halen, maar lang wachten kon hij niet, want dan waren de kinderen te lang alleen. Helaas werd het kerkgebouw na de oorlog steeds leger en leger. Soms zaten we nog maar met een man of zes. We zaten dan in de kleine zaal. De diensten werden om de veertien dagen gehouden. Op de zondagen dat er geen dienst was, gingen we naar Epe. Tot voor twee jaar terug deden we dat nog, nu gaat het niet meer. Sinds mw. Koops er is, is de kerk weer opgebloeid. Het zou fijn zijn als het gebouw weer vol zou komen.

Wie weet wat de toekomst brengt?”