Een gebouw alleen voor de jeugd?

Tijdens de bloeitijd van de Vrijzinnige Hervormden waren er ook veel kinderen. Er werd een zondagsschool opgericht en er waren vrijzinnige jeugdclubs: het Bosvolk voor de kleineren, de Vrije Vogels voor de iets ouderen en tenslotte de V.C.J.B., die op het platteland de Rijzende Kerk heette. Ook waren er natuurlijk de catechisaties.

Al deze jeugdgroepen hadden een verschillend onderkomen. De zondagsschool en de catechisaties werden gegeven in de U.L.O.-school. Een deel van het jeugdwerk vond daar ook plaats, maar de oudere jongens kwamen bijeen in de boerderij van de heer Berkhoff. Deze versplintering vroeg natuurlijk om moeilijkheden bij de coördinatie en zo ontstond het idee om voor de jeugd een aparte locatie te bouwen.

Bij nader inzien leek het voordeliger om ook de kerkdiensten in dat gebouw te houden en dus werden alle activiteiten op vrijzinnig christelijk gebied geconcentreerd in “het Kerkje”. De eerste jaren was het nieuwe gebouw bijna te klein om de vele kinderen na de kerkdienst zondagsschoolles te geven. Ze zaten tegelijk in de kleine zaal, de kerkzaal en op het balkon! Dat kon, omdat via de toen moderne Westhill-methode werd lesgegeven, waarbij naast het verhaal en het zingen een uitwerking plaatsvond door middel van tekenen, knippen en plakken. Dat gebeurde in kleine groepjes met hulp van assistentes.

In de oorlogstijd toen men noodzakelijkerwijs zeer plaatsgebonden was, waren de groepen hecht. De clubs bloeiden. De Vrouwenvereniging en de jeugdclubs hadden in het zomerseizoen hun “uitjes”: ze gingen samen wandelen of werden met paard en wagen gebracht naar de “verre” boerderijen van een van de gemeenteleden om er te kamperen. De oudste jongeren gingen ook wel op de fiets iets verder weg, maar vanwege het samenscholingsverbod mochten ze met hooguit vijf tegelijk op pad.

Na de oorlog werd het leven drukker. Er kwam televisie, men kon weer reizen en de belangstelling voor de clubs verminderde. De jongeren groeiden op tot volwassenen, die of uit Vaassen wegtrokken, of zich hoe langer hoe minder interesseerden voor alles wat met de kerk te maken had. Nieuwe jeugd kwam er dus bijna niet. Voor de zondagsschool was de kleine zaal ruim voldoende!

En nu zijn er zelfs zo weinig kinderen, dat de zondagsscholen en het vrijzinnige jeugdclub leven uit Vaassen zijn verdwenen. Goed dat het destijds niet alleen een gebouw voor de jeugd is geworden!