Reconstructieplan van orgelbouwer Reil

In december 1987 legde orgelbouwer Reil een plan voor om een reconstructie van het orgel uit te voeren. Dit zou moeten leiden tot een orgel in de stijl van de oorspronkelijke bouwer Armbrost. Van het binnenwerk was technisch weinig meer van het oorspronkelijke orgel beschikbaar. Wel waren de orgelkas, het frontpijpwerk en enkele registers binnenpijpwerk aanwezig. Door dit materiaal aan te vullen met materiaal van het Armbrost-orgel uit de kerk van De Lutte en een aantal registers door Reil bij te laten maken kon weer een volledig Armbrost orgel worden gemaakt. Het bestaande pijpwerk moest voor dit plan worden gereconstrueerd.

Daarnaast zouden gebruikte windladen en een balg worden gebruikt die orgelbouwer Reil nog ter beschikking had. De speel- en registermechaniek, de pedaallade en het stellingwerk zouden worden vernieuwd. Ook zou een nieuwe windmotor worden geplaatst.

De kosten voor het reconstructieplan werden door Reil geoffreerd voor 323.410 gulden (exclusief 20% BTW).

Rudi van Straten, adviseur namens de orgelcommissie van de Nederlandse hervormde kerk onderschreef het reconstructieplan van Reil op 23 april 1988. Hij wees daarbij op de mogelijkheid dat de reconstructie wellicht uitgevoerd kon worden met rijkssubsidie voor het te restaureren gedeelte van het orgel.

Op 27 mei 1988 gaf de kerkvoogdij aan dat ze zich nog wilde beraden over de mogelijke reconstructie van het orgel. De uitvoerbaarheid daarvan was voor een (zeer) groot deel afhankelijk van de financiële medewerking van de overheid en van – zo mogelijk – andere instanties.

Het duurde enige tijd voordat de kerkvoogdij met het voorstel aan het werk ging. Reil herinnerde de kerkvoogdij op 29 maart 1994 aan het plan dat in 1988 door hen was opgesteld. Op 3 mei 1994 boog de kerkvoogdij zich over dit reconstructieplan. Het college bestond ondertussen echter voor het merendeel uit nieuwe leden, die niet of nauwelijks op de hoogte waren van de situatie. Reil werd daarom gevraagd het reconstructieplan na de vakantieperiode van 1994 opnieuw toe te lichten.

De eerste stappen voor de restauratie werden vervolgens begin 1996 genomen. Er werd een plaatselijke orgelcommissie gevormd, waarin zowel de kerkvoogdij als de organisten zaten. Op 5 maart werd besloten om een deskundig en onafhankelijk adviseur aan te stellen en een nauwkeurige inventarisatie uit te voeren naar de staat en oorsprong van het pijpwerk. Aan orgelbouwer Reil werd gevraagd om het oorspronkelijke reconstructieplan te actualiseren.