Het orgel wordt bespeelbaar gehouden

Toen orgelbouwer Reil het onderhoud van orgelbouwer Koch in mei 1987 overnam, beschreef Reil de toenmalige toestand van het orgel. Hij adviseerde daarbij geen grote onkosten meer aan het orgel te maken. Beter was het om achter het majestueuze front een oorspronkelijk, vroeg romantisch, orgel te reconstrueren. Op korte termijn dienden echter een aantal acties genomen te worden. Het orgel was niet storingsvrij en de windvoorziening maakte veel herrie. De orgelmaker constateerde dat het steeds moeilijker werd om garantie te geven op reparaties vanwege de slechte staat van het orgel. Normaal zouden ze een grote beurt toepassen, maar dat was vanwege de toestand van het orgel geen goede optie. Omdat de toenmalige organist problemen op een muzikale manier wist te omzeilen wilde Reil het onderhoud toch op zich nemen.

Ook de orgelcommissie van de Nederlandse Hervormde kerk werd om advies gevraagd. Zij stelde een voorlopig rapport op van de toestand van het orgel. De orgelcommissie constateerde dat de orgelkas in redelijk goede staat verkeerde, alhoewel op diverse plaatsen houtworm voorkwam. De windvoorziening functioneerde niet goed. Het bovenblad van de balg was instabiel door het ontbreken van balgscharen (geleiders die zorgen dat het bovenblad van de balg gelijkmatig omhooggaat).  Deze instabiliteit veroorzaakte ontstemming en drukverschillen, waardoor de pijpen slechter aanspraken. Veel kleinere pijpen waren door ondeskundig stemwerk in het verleden sterk beschadigd.

Omdat het toenmalige instrument nog voldeed adviseerde de orgelcommissie om, op beperkte schaal, onderhoud aan het orgel te laten uitvoeren. Het orgel zou daarmee nog op een acceptabele wijze 10 jaar kunnen functioneren. Voor de langere termijn adviseerde de orgelcommissie om andere mogelijkheden te inventariseren. Als beste mogelijkheid werd genoemd in de bestaande kas een nieuw of historisch binnenwerk van voldoende omvang te plaatsen. Als gevolg hiervan raadde de orgelcommissie de kerkvoogdij aan om de orgelbouwer een plan op te laten stellen voor de nieuwbouw en tevens een onderhoudsplan op te laten stellen voor de resterende onderhoudsperiode.

In december 1987 leverde orgelbouwer Reil een plan op voor het toekomstige onderhoud en de revisie die daaraan vooraf zou gaan. Het plan was erop gebaseerd om het orgel de daarop volgende jaren, tegen zo min mogelijk kosten, bespeelbaar te houden.

De revisie was nodig om de steeds opnieuw voorkomende storingen te verhelpen. Om problemen met de windvoorziening te voorkomen werd de zakbalg vervangen door een magazijnbalg en werden de aansluitingen van de windvoorziening op het orgel aangepast.

Naast het vervangen van de balg werden alle membranen nagezien en werden de kapotte membranen vervangen. Eventueel door houtworm aangetaste membraanlatten werden tegen houtworm behandeld. De elektrische installatie werd ook nagezien op functioneren. Alle contacten en magneten werden schoongemaakt. Het pijpwerk en intonatiegebreken werden, waar dat dringend nodig was, hersteld. De orgelbouwer gaf, vanwege de slechte staat van het orgel, voor zijn werk niet de normale garantie van 10 jaar.

De op de revisie volgende jaarlijkse stem- en onderhoudsbeurten van het orgel waren nodig om te voorkomen dat het orgel weer onbetrouwbaar zou gaan functioneren.

Het onderhoudsplan werd door orgelbouwer Reil samen met de landelijke orgelcommissie van de Nederlandse hervormde kerk opgesteld. De orgelcommissie stelde voor dit uit te voeren en door één van haar medewerkers een eindoordeel over de revisie te laten geven.

Op 27 mei 1988 werd opdracht gegeven om de revisie uit te voeren voor een bedrag van 7645 gulden (exclusief BTW). De werkzaamheden werden daarop uitgevoerd in de 2e helft van 1988. Daarna werd het orgel beoordeeld door de landelijke orgelcommissie. Deze gaf op 18 januari 1989 het volgende eindoordeel:

Membraanlatten en membranen zijn nagezien op lekkage waarbij het houtwerk, dat is aangetast door houtworm, werd hersteld. Op dit moment is nog niet duidelijk in hoeverre de houtwormbestrijding in uw kerkgebouw ook in het orgel succesvol is geweest. Raadzaam is het om over enige maanden de ruimte onder de windladen nogmaals door de orgelmaker te laten controleren op houtpoeder, veroorzaakt door houtwormaantasting. Dit kan eventueel gebeuren met de volgende stembeurt.

De bestaande windvoorziening werd gewijzigd, waarbij een gebruikte balg, uit voorraad van de orgelmaker, werd geleverd. Deze balg functioneert goed; waar nodig zijn lekkages gerepareerd, waarbij tevens de hoogte van de winddruk is bepaald. De kanalisatie is gedeeltelijk vernieuwd.

De electrische installatie functioneerde storingsvrij, alhoewel wij hierbij aantekenen, dat dit deel van het instrument onderhoudsgevoelig zal blijven, inherent aan het systeem.

Het pijpwerk is geheel nagelopen op intonatiegebreken en waar nodig is de klankgeving enigszins aangepast; e.e.a. conform de offerte.

Geconstateerd werd dat in het bovenwerk drie pijpen ontbraken. Volgens mededeling van de organist is dit al het geval na de laatste uitgevoerde werkzaamheden door de firma Koch te Apeldoorn. Ook na herhaaldelijke verzoeken van de organist voor herplaatsing van deze ontbrekende pijpen is daaraan niet voldaan. De firma Reil heeft drie bijpassende pijpen uit voorraad geleverd; de kostprijs daarvoor is alleszins redelijk te noemen.

Het orgel is weer geheel gestemd, waarbij incidenteel stemringen zijn verwijderd en het pijpwerk weer op natuurlijke lengte spreekt. Resumerend kunnen wij stellen, dat de werkzaamheden conform de offerte naar tevredenheid zijn uitgevoerd.

Wij hopen en verwachten dat het instrument de komende jaren weer op redelijke wijze zal kunnen functioneren.

Er bleven zich allerlei problemen voordoen. Zo werd op 12 december 1994 een offerte gevraagd voor een aantal gebreken die in het orgel waren opgetreden.

 

Hoofdwerk

Prestant 8 G tot g werkt niet;

Bourdon 16 G werkt niet;

Bourdon 16 C en B lekken;

Quint fis 3 werkt niet.

 

Bovenwerk

Holpijp 8 blijft hangen;

Viola 8 Dis, Gis, Ais en A werken niet;

Celesta 8 Cis werkt niet;

 

Pedaal

Subbas 16 G en B werken niet;

Octaafbas blijft hangen.

 

De gebreken waren ditmaal te wijten aan versleten balgjes bij de lade en elektrische storingen.

Toen de herstelwerkzaamheden hiervoor begin maart 1995 werden uitgevoerd, werd actieve houtworm onder de lade bij de Bourdon geconstateerd. Een moeilijk bereikbare plek. Om de houtworm te kunnen bestrijden moesten het pijpwerk en de membraanlatten gedeeltelijk van de lade worden genomen. Daarna kon de houtworm met het bestrijdingsmiddel BOB worden bestreden.

De noodzaak voor een grondige aanpak van het orgel werd alsmaar hoger. Het aantal storingen werd steeds groter. De kosten van het verhelpen daarvan ook.