Het onderhoud aan het orgel

Ondanks de werkzaamheden die in 1964 werden uitgevoerd bleef het orgel een aantal gebreken vertonen. Alhoewel het orgel beter bespeelbaar werd en het aantal storingen in de periode na de vernieuwing afnam, bleven zich storingen voordoen. Ze werden bovendien steeds hardnekkiger van aard.  Het werd zodoende steeds moeilijker het orgel goed te onderhouden.

Koch beschreef op 22 mei 1979 in een offerte aan de kerkvoogdij de situatie van het orgel als volgt:

Gezien het stof wat zich op het ogenblik geheel door het orgel bevindt is het voor ons ontzettend moeilijk een orgelstembeurt naar volle tevredenheid te geven, daar door het stof de pijpen niet meer toon- en stemvast zijn.

Tevens dient de pneumatiek geheel bijgeregeld te worden. Dit vanwege het feit dat er een groot vochtgehalte in de kerk aanwezig is.

Voor zover ons gebleken is dit te wijten aan het dak van de kerk. Wij raden u daarom in het belang van het kerkorgel aan om een reparatie aan het dak te overwegen. Daar deze vochtigheid te groot is voor de pneumatiek in het kerkorgel, kunnen zich in de toekomst meer problemen voordoen..

Wanneer het orgel geheel gereinigd is zullen wij dit orgel opnieuw stemmen en geheel herintoneren.

De toestand van het orgel is verder goed te noemen. En na deze ingreep die het behoud voor de orgelpijpen betekent, is het orgel weer optimaal te bespelen.

 

Allereerst werd in het najaar van 1979 het dak van de kerk gerepareerd. De kosten daarvan werden met de actie “dak dicht” bekostigd. Eén van de evenementen van de aktie “dak dicht” was een rommel-markt/bazar. Deze bleek een groot succes te zijn. Het pionierswerk voor een dergelijk evenement was verricht en het werd in de jaren daarna voortgezet in de vorm van de overbekende Rankmarkt.

In 1980 werd de opdracht gegeven om het orgel schoon te maken.

In 1984 werd een houtwormbehandeling gegeven.Er bleven zich problemen voordoen met het orgel. Op 6 augustus 1986 constateerde monumentenwachter B.J.M. Franken dat er verspreid in de orgelkas een actieve lichte houtwormaantasting voorkwam. Hij adviseerde deze te laten behandelen om verdere uitbreiding te voorkomen.

In 1996 werd het belletje bij de organist vervangen door een lichtsignaal. Omdat een organist vanaf het orgel de kerkdienst niet goed kan volgen werd met het belletje voor de dienst aangegeven dat de kerkenraad met de voorganger binnenkwam. Zonodig kon de dominee tijdens de dienst vanaf de kansel aangeven dat het orgelspel moest stoppen. Het bellen was echter voor de gehele kerk hoorbaar en de gemeente ervaarde dit als storend. Een lichtsignaal werkte voor de organist even goed en kon ongemerkt worden gegeven.