De ingebruikneming van het orgel

Het orgel werd op 31 oktober 1964 in gebruik genomen met een orgelconcert van Heymen van ’t Einde. Bij deze gelegenheid zong Fokke Gnodde (bas-bariton) een aantal liederen. Dit werd afgewisseld met solistisch orgelspel met werken van Bach, Beethoven, Jan Zwart, Händel en Heymen van ’t Einde. Aan het begin van het concert werden de mogelijkheden van het vernieuwde orgel gedemonstreerd.

Henri Th. Timmerman leidde zijn artikel in de krant over de ingebruikname van het orgel in met de woorden:

Koning David met zijn harp, die zo hoog troont, dat hij bijna ’t kerkgewelf raakt, heeft zijn vorstelijke plaats niet prijs behoeven te geven. En beide haast levensgrote bazuinengelen, die iets lager het orgelfront al langer dan een eeuw sieren, werden evenmin gedegradeerd tot ‘gevallen engelen’. Koning David beheerst nog altijd de kerkruimte, ook nadat dit interieur van Vaassens Hervormde Kerk grondig is gerestaureerd en bijna onherkenbaar vernieuwd. Maar de lieren, die volgens een oude rekening in het archief ook in 1857 aan de toenmalige kerkvoogdij zijn geleverd, hebben het veld moeten ruimen. Want ook het orgel is als laatste, althans voorlopig laatste fase van een grote restauratie, vernieuwd en uitgebreid. Kerkvoogdij en de ganse gemeente van Vaassen zijn er bijzonder blij mee, met hun zo fris en stemmig vernieuwd kerkinterieur èn met het fraaie orgel. Maar niemand kan zo gelukkig zijn met dit gerestaureerde orgel als Heymen van ’t Einde, die al bijna een kwart eeuw organist is van de Hervormde Kerk. Heymen van ’t Einde is namelijk een van die gelukkige, hoewel zeldzamer wordende mensen, die volkomen opgaan in hun werk. Voor zijn orgelspelen in de kerk en voor het orgel zelf heeft hij alles over, hij studeert elke dag en menigmaal uren achtereen, zo zelfs dat de trouwe koster, die toch heus wel van muziek houdt, denkt: ‘Hou nou maar eens op’.