Nieuwe dispositie van het orgel

Het orgel reageerde traag op de bedoelingen van de organist. Dit werd verholpen door bij de windlade een elektrisch voorrelais te plaatsen en deze te bedienen via een elektrische speeltafel. Zo kreeg het orgel een elektro-pneumatische tractuur en reageerde het weer snel. Dit betekende een behoorlijke ingreep. De elektrische speeltafel zorgde ervoor dat het orgel, in plaats van door luchtdrukverschillen, met elektrische stroompjes kon worden bediend.

Het ideaal omtrent de klank van het kerkorgel was in de jaren sinds de bouw van het oorspronkelijke orgel sterk gewijzigd. Vandaar dat nu een aantal wijzigingen in de dispositie werden aangebracht. In muzikale zin zou het instrument meer gaan opvallen. Er kwamen drie nieuwe registers om het helderder te laten klinken. Aan het ondermanuaal werden twee registers (cimbel 3-sterk en quint) toegevoegd. Aan het tweede manuaal werd een register (Gemshoorn 2vt) toegevoegd. Het pedaal werd uitgebreid tot twee eigen registers (Subbas 16vt en Octaafbas 8vt).

 

Manuaal

 

Positief

 

Bourdon

16 vt

Holpijp

8 vt

Prestant

8 vt

Viola di Gamba

8 vt

Roerfluit

8 vt

Vox Celestis

8 vt

Octaaf

4 vt

Open Fluit

4 vt

Quint

3 vt

Gemshoorn

2 vt

Octaaf

2 vt

Cornet

5 st

Pedaal
Cymbel

3 st

Subbas

16 vt

Trompet

8 vt

Octaafbas

8 vt

Manuaalkoppeling

I + II

Pedaalkoppeling

I

Octaafkoppeling

I

Pedaalkoppeling

II

Tremolo

Ook het uiterlijk van het orgel werd gewijzigd. Het was eerder donkerbruin en onopvallend. Na de restauratie werd het wit geschilderd, zodat het veel meer opviel in de kerk. De beide lieren die het orgel tussen de drie beelden sierden werden verwijderd.