Interieur kerk verandert (1962–1964)

De kerk had een aantal problemen met het interieur. Er was een klein liturgisch centrum, het onderhoud aan de kerkbanken moest worden opgepakt. Ook rook het in de kerk vaak muf, door de lucht die afkomstig was uit de onder de kerk liggende grafkelders.

De verbouwingswerkzaamheden werden uitgevoerd onder leiding van architect Ir. G. Pothoven. Veel vrijwilligers werkten mee aan de werkzaamheden die verricht moesten worden. Zij leverden circa 10.000 uren werk, wat de kerk ongeveer 40.000 gulden aan kosten bespaarde. Vrijwel alles, met uitzondering van de banken en avondmaalstafels, werd door hen onder handen genomen. Door verschillende ondernemers werden de materialen tegen kostprijs geleverd, wat eveneens een aanmerkelijke besparing opleverde. De banken en avondmaaltafels werden gekocht.

De kerk kon, vanwege de werkzaamheden voor de verbouwing, vanaf maandag 21 mei tot vrijdag 14 december 1962 niet meer gebruikt worden. De kerkdiensten vonden gedurende de verbouwing plaats in het gebouw van Christelijke belangen aan de Kosterstraat.

Het veranderde interieur had ook gevolgen voor het orgel. De modernere en lichtere inrichting van de kerk en de gevolgen van de verbouwingsactiviteiten voor het orgel noopte de kerkvoogdij om ook aandacht te besteden aan het orgel.