Tekenen van verval (1926–1961)

Onderhoud aan het orgel

Na de ingrijpende vernieuwing van het orgel in 1925 kon het orgel weer een groot aantal jaren mee. Het orgel werd jaarlijks gestemd en het nodige onderhoud werd daarbij steeds meegenomen. Een enkele keer moest een storing aan het orgel worden verholpen door de orgelbouwer.

Dat het orgel steeds slechter werd bleek onder andere uit een recensie van een orgelconcert eind veertiger jaren. De recensent complimenteerde organist Heymen van ’t Einde voor zijn spel, maar beklaagde hem tevens dat hij op dit orgel moest spelen. Hij gunde hem een beter orgel, dan was zijn spel veel beter tot zijn recht gekomen.

Het orgel werd op 30 december 1947 gereviseerd. Het jaar daarop, op 15 december 1948, moesten de onderstukken van de trompet worden gerestaureerd. Deze werden meegenomen en bij de volgende beurt van het orgel opnieuw aangebracht.

De meest ingrijpende gebeurtenis in deze periode was het plaatsen van de elektrische windvoorziening op het orgel. Deze werd op maandag 24 december 1951 door orgelbouwer Sanders aangebracht. De kosten ervan bedroegen 730 gulden. Met het aanbrengen van de windvoorziening was de orgeltrapper overbodig geworden. Van hem werd op oudejaarsavond afscheid genomen.

Het contract met Sanders werd per 23 januari 1955 opgezegd. Waarom het contract werd opgezegd werd niet in de notulen van de kerkvoogdij vermeld. Een goede reden kan zijn dat ook Vaassen, evenals andere gemeenten, minder goede ervaringen had met de werkzaamheden van Sanders in zijn latere jaren. Een plausibele reden om de relatie te verbreken.