De ingebruikneming van het orgel

Voor de ingebruikneming werd een advertentie geplaatst.  Per abuis is voor de datum van ingebruikneming van het orgel 17 januari genoemd. Dit is onjuist, het was 16 januari. Dominee Geselschap wijdde het orgel in. Hij had al eerder afscheid genomen van de gemeente, maar was toch nog bereid de ingebruikneming voor zijn rekening te nemen omdat zijn opvolger nog niet bekend was. De heer Weijers bespeelde bij deze gelegenheid het orgel. Hij was bij de vernieuwing betrokken geweest als adviseur van de kerkvoogdij.

Het nieuws- en advertentieblad voor Epe, Heerde, Wijhe, Olst en omstreken, waaronder Vaassen beschreef de ingebruikname van het orgel als volgt:

VAASSEN, Vrijdag 16 Jan. Werd het nieuwe orgel der Ned. Herv. Kerk ingewijd. De gemeente, die daarvoor bijeengekomen was, zong Ps. 95 : 1. Daarna ging Ds. Geselschap voor in gebed. Na het “Amen” viel het orgel bespeeld door den bekwamen organist den heer Weijers in,met Gez. 69 en vóór ds. Geselschap zijn wijdingswoord sprak, zong de Gemeente van Ps. 150 de verzen 2 en 3.

Hierna sprak, de afgetreden, maar toch met zijn gemeente meelevende, leeraar zijn wijdingswoord ongeveer als volgt:

Harmonie, dat is overeenstemming, dat is eenstemmigheid. Spr. (spreker) wijst er op, dat er in “Eden” reine harmonie was. Harmonie in den zin van: “Alles wat adem heeft love den Heer.” Er werd gezongen in Eden. Gezongen, zoowel door de onbezielde schepping als door de bezielde. Het ruischen der boomen, het kletteren der wateren, het gebrul van den leeuw, het is alles, adem, die den Heere looft. Ook de mensch zingt, zooals Gen. 2 ons leert. In het paradijs is harmonie, neergedaald uit den Hemel en daardoor vrede.

Zingen, dat gaat voor spreken. “Schreeuwen” is het eerste wat het kind doet, zegt spr., maar ware er geen zonde, het kind zou geboren worden, zingende ter eere Gods.

In het paradijs was Harmonie, tusschen hemel en aarde, harmonie tusschen God en den mensch, maar de Harmonie is verbroken door de zonde. Gelukkig …. Er is nog een afschaduwing van die Hemelsche Harmonie, voor den “van Jezus gevonden” zondaar.

Harmonie is ook in den hemel, door den Geest Gods. Er wordt “gezongen” in den hemel. En daartoe wijst Spr. Er op, dat het orgel ons moet leeren zingen.

Spr. dankt het college van Kerkvoogden en Notabelen, namens de gemeente, voor het kostelijke instrument, dat moet dienen om den zang van de gemeente te “leiden”.

De C. J. V. wordt dank gebracht voor haar gave van ƒ112,45 en voor de moeite die zij daarvoor gehad heeft.

De bouwer en fabrikant, den heer Sanders uit Utrecht, werd dank gebracht, voor zijn kunstwerk. Spr. noemt hem den “Jubal”van dezen avond. De Jubal die een prachtig instrument geplaatst heeft, en die gewerkt heeft met een opgewekt hart. De heer Weijers, de opperzangmeester doet ons en ons orgel de eer aan om met zijn kunst ons te hulp te komen.

Spr. wijdde daarna het orgel, aan den dienst des Heeren tot Wiens meerdere eer dit werk moge strekken. “Alles wat adem heeft love den Heer. Amen, ja amen Halleluja”.

De heer Weijers liet ons daarna genieten van meesterlijke fantasie, waarin gevlochten was de melodie van: Er ruischt langs de wolken en van eenige stukken van Händel.

De kunst van dezen organist heeft ons doen kennismaken met het orgel, en zij heeft het werk van de firma Sanders, aanbevolen op een manier, zooals er geen betere is.

De gemeente zong nog eenige gezangen, ds. Geselschap dankte God voor dezen avond van “Harmonie”, waarna de talrijke aanwezigen, het Huis des Heeren verlieten.