De financiering

Op 15 oktober 1924 besloot de kerkvoogdij in haar vergadering:

… tot aankoop van een nieuw kerkorgel. Het zal betaald worden, zoo mogelijk, met rentelooze aandelen van 50 gulden. Het ontbrekende zal opgenomen worden van de Boerenleenbank. Volgens besluit zal jaarlijks worden uitgeloot 5 stuks rentelooze aandelen, te beginnen op 1 januari 1926.

De actie om de vernieuwing zoveel mogelijk te betalen met renteloze aandelen was een succes, de gemeenteleden namen er 62 af, waardoor 3100 gulden werd opgebracht. Hierdoor was al meer dan de helft van het totaalbedrag van de vernieuwing (5500 gulden) op een goedkope manier  gefinancierd.

Toch waren er ook nog wat andere onkosten voor het orgel gemaakt. Zo moest het nodige timmerwerk worden verricht door aannemer van Laar. Deze rekende slechts de helft van de gemaakte kosten, waarna de kerkvoogdij nog  911 gulden en 30 cent hoefde te betalen. Verder werd voor het licht 21 gulden en 85 cent gerekend en de onkosten van Cornelis Weijers (de organist van de grote kerk van Apeldoorn en adviseur bij de vernieuwing) bedroegen 25 gulden. Ook werd een advertentie gezet voor 2 gulden en 8 cent.

Van verschillende kanten kwam nog wat extra geld binnen. De jongelingsvereniging gaf 119 gulden en 64 cent, de collecte bij de inwijding van het orgel bracht 81 gulden op en de coöperatieve bakkersvereniging schonk 30 gulden. Aan overige giften kwam nog eens 16 gulden en 50 cent binnen. Bij de Boerenleenbank hoefde uiteindelijk maar  2400 gulden tegen een rente van 5% te worden geleend.

Een bijzondere inkomstenbron was de afscheidspreek van ds. Geselschap. Deze werd gedrukt en ten behoeve van het orgelfonds verkocht. Hoeveel deze verkoop heeft opgebracht is niet bekend.

Voor het laten uitvoeren van een grote vernieuwing als deze was toestemming nodig van het provinciaal college van toezicht op het beheer der Kerkelijke Goederen en Fondsen van de Hervormde gemeenten in Gelderland. Deze toestemming werd pas op 31 december 1924 aangevraagd. Op 7 januari 1925 werd de aanvraag nog niet gehonoreerd omdat een administratieve fout was gemaakt. Uit het verzoek bleek niet of de notabelen hun medewerking voor de aanschaf van het orgel hadden verleend. Dit werd op 16 januari 1925 per brief rechtgezet, waarna de toestemming op 23 januari 1925 werd gegeven.