Onderzoek in 1924

De kerkvoogdij liet zich daarom voorlichten door orgelbouwer J.C. Sanders & zn. uit Utrecht. Sanders rapporteerde op 28 juni 1924 het volgende:

WelEerw. Heeren,

 

Naar aanleiding van Uwe uitnoodiging om ´t Kerkorgel ten Uwent op te komen nemen, kunnen we U het volgende mededeelen:

Het thans bestaande orgel ten Uwent heeft een grondige restauratie noodig, daar er vele afwijkingen zich voordoen.

Wij zenden U hierbij een tweeledige opgaaf: der verschillende uit te voeren werkzaamheden:

I. Het geheele orgel stofschoon maken, opnieuw intoneeren en stemmen.

II. Al het pijpwerk uit het orgel halen, nazien en zoonoodig repareeren.

III. Mechaniek, abstractuur en regeerwerk nazien en zoonoodig repareeren.

IV. De thans bestaande registerknoppen vervangen door nieuwe (Cuba mahonie) met porceleinen naamplaatjes.

V. De blaasbalg zal vervangen moeten worden door een nieuwe, daar er aan de oude blaasbalg te veel reparatie komt en men toch geen afdoend werk kan verkrijgen. Hiermede is ook begrepen de kanaliseering te vernieuwen en de bestaande kanalen opnieuw te beleren, zoodat er geen windverlies meer is, wat een van de voornaamste factoren van een kerkorgel is.

VI. Ook kan men de windvoorziening aansluiten met een electromotor, zoodat trappen dan niet meer noodig is.

VII. De frontpijpen er uit nemen en de deuken er uithalen.

VIII. ´t pedaal nazien en opnieuw bevoeren.

IX. De klavieren herstellen en de ingesleten plaatjes van bijpassende plaatjes voorzien.

X. De Trompet 8 vt. vervangen door een nieuwe en deze dan te maken uit metaal en niet van zink zooals de thans bestaande, daar zink een veel te minderwaardig metaal is voor een kerkorgel, want oxide komt snel voor daarin, alsook de toon is ruw en scherp, wat men met metaal voorkomt.