Groot onderhoud in 1893

De notulen van de kerkvoogdij beschrijven dat op 30 april 1892 is besloten het inwendige van het orgel te verbeteren.

Verder wordt goed gevonden om het orgel, althans het inwendig gedeelte, weer in behoorlijke staat te laten maken, waarvan de kosten op 350 gulden zijn geraamd en die kosten niet uit gewone kerkelijke inkomsten te vinden, maar door inschrijving van rentelooze voorschotten elk van 25 gulden of meer en te beginnen met 31e december 1893 elk jaar één of meer aandeel af te kopen, zullende door loting worden beslist welke aandelen elk jaar zullen worden afgelost.

Welke werkzaamheden zijn uitgevoerd is niet bekend. Gezien de lange periode dat er geen echt onderhoud aan het orgel werd verricht denk ik dat het hele orgel moest worden schoon gemaakt en dat een aantal wat meer ingrijpende reparaties moest worden verricht aan de mechanische onderdelen van het orgel.