Het orgel tijdens de nieuwbouw

Het orgel is bij de nieuwbouw van de kerk waarschijnlijk niet van zijn plaats geweest. Er zijn in de jaren 1852 tot en met 1854 immers geen grote uitgaven gedaan aan een orgelbouwer. Wanneer het orgel uit de kerk was gehaald en na de nieuwbouw weer opnieuw in de kerk was geplaatst, dan had dit dermate veel gekost dat dit uit de kerkelijke jaarrekeningen had moeten blijken. De kans dat de aannemer van het kerkgebouw dit voor zijn rekening heeft genomen is klein. Hij heeft niet de kennis en kunde om een orgel goed in te bouwen en het bedrag om dit te laten doen was te hoog. In het bericht uit Boekzaal uit juli 1853 stond bovendien vermeld dat het orgel speelde toen de eerste steen van de nieuwe kerk werd gelegd. De oude kerk was toen al afgebroken.

Het orgel hoefde ook niet uit de kerk te worden genomen. Het orgel was immers tegen de muur van de toren geplaatst en de toren werd niet in de nieuwbouw betrokken. De enige zorg voor de bouwers was het orgel netjes af te dekken, zodat het niet zou lijden onder de bouwwerkzaamheden. Waarschijnlijk was er een houten gebouwtje omheen gebouwd, zodat het orgel werd gespaard tegen alle bouwstof en weersinvloeden.

Een extra argument dat het orgel niet is afgebroken en weer opgebouwd is dat het orgel in 1853 door Jan Klein Onstenk werd gestemd en schoongemaakt. Het schoonmaken van het orgel was zeker niet nodig geweest wanneer dit net weer was opgebouwd.