Was de kerk een Waterstaatskerk?

Na de scheiding van Kerk en Staat en de volledige godsdienstvrijheid die daardoor ontstond, werden in het begin van de 19e eeuw veel nieuwe kerken gebouwd. Enerzijds omdat de voorheen verboden kerken, als de katholieke kerk, weer kerken mochten bouwen. Anderzijds dat de Hervormde kerk de bestaande kerk kwijtraakte in streken waar de Katholieken een meerderheid hadden en de Hervormden ondervertegenwoordigd waren. Bepaald werd bij de scheiding van Kerk en Staat dat in dorpen de kerk toekwam aan de kerkelijke gemeente die getalsmatig de grootste was. Dergelijke Hervormde gemeenten lieten dan ook een nieuwe kerk bouwen. In dorpen als Vaassen waren de Hervormden duidelijk in de meerderheid en kwam de bestaande kerk dus automatisch aan de Hervormden toe.

Omdat de overheid altijd had gezorgd voor de kerkgebouwen, had geen van de plaatselijke kerken, evenmin als de provinciale en landelijke colleges ervaring met omvangrijke bouwprojecten als kerkbouw. Daarom stelde de overheid nog lange tijd na de scheiding van Kerk en Staat ingenieurs en bouwkundigen van de dienst Waterstaat beschikbaar voor de bouwactiviteiten. Veel kerken werden door ondersteuning van hen gerealiseerd. Daarom worden veel van de kerken uit die tijd Waterstaatskerken genoemd. De Katholieke kerk van Vaassen is zodoende met hulp van Waterstaat gebouwd.

Een misverstand daarbij was echter dat werd gedacht dat de kerken ook met Rijkssteun werden gebouwd of zelfs helemaal door het Rijk werden betaald. Van financiële steun was slechts zeer beperkt sprake in die gevallen waar een nieuwe kerk werd gebouwd en de gemeenschap te klein was om de kosten daarvan te kunnen dragen. Voor de Hervormde gemeenten werd al omstreeks 1820 een provinciaal college van toezicht gevormd. Dit college beheerde de hervormde kerkgoederen. Hierdoor hoefden de Hervormde gemeenten minder aanspraak te maken op de kennis van Waterstaat. Meestal werd er geen gebruik gemaakt van de kennis van Waterstaat. Hierdoor kon het voorkomen dat het bouwplan van slechts zes van de achtenveertig Gelderse kerken, die in het tweede kwart van de 19e eeuw werden gebouwd aan Waterstaat werd voorgelegd.

Alhoewel de meningen daarover verschillen is de Hervormde kerk van Vaassen geen zogenaamde Waterstaatskerk. Er zijn daarvoor twee redenen te noemen:

Allereerst is de kerk niet ontworpen door ingenieurs van Waterstaat, maar door de bouwmeester van Deventer. Deze was in dienst van een burgerlijke gemeente en was dus niet in dienst van het Rijk.

Een tweede reden is de financiering van de kerkbouw. De kosten werden helemaal door de eigen gemeente opgebracht. Hierdoor had Waterstaat er geen belang bij om voor het Rijk een oogje in het zeil te houden of het geld wel goed werd besteed.