De kerkbouw

De architect van de kerk was P. Looman. Hij was stadsbouwmeester in Deventer. De kerk was in Gelderland het eerste kerkgebouw dat in de stijl van de neogotiek werd gebouwd. De kerkvoogden lieten alleen het schip vernieuwen omdat de toren vanwege de Staatsregeling 1798 eigendom was van de burgerlijke gemeente. Niet duidelijk is waarom de toren niet is vernieuwd.

In de vergadering van kerkvoogden en notabelen van februari 1852 wordt het besluit om de kerk aan te besteden als volgt beschreven:

De president deelt namens het collegie van kerkvoogden aan de vergadering mede dat tot de vernieuwing van het kerkgebouw volgens opgaaf en berekening van den Architect Looman, stadsbouwmeester te Deventer, en J.H. de Bruin, timmerbaas alhier, benodigd is eene som van ƒ 11.600,00 dat echter die deskundigen hebben te kennen gegeven zich verzekerd te houden dat bij een Publieke aanbesteding de kosten niet te vollen zullen benodigd zijn.

Dat om tot de uitvoering van dit plan te geraken men over de volgende middelen kan beschikken als a uit het batig slot van het jaar 1850 ƒ 1200,00, b uit vrijwillige bijdragen zoo wel binnen de Gemeente als Elders. Zie afschrift der Lijst van Intekeningen ƒ 4500,00. Te zamen ƒ 5700,00.

Dat er alszo nog ontbreeken zouden een som van ƒ 5900,00 welke men voorstelt op te nemen tegen een Rente van 4 ten Honderd, waarvan men alhier de gelden wel kan bekomen. Dat men zich voorstelt en zal verplichten om dat kapitaal in jaarlijkse termijnen van niet minder dan ƒ 200,00 af te lossen, te beginnen over 1854 en zoo vervolgens, waartoe zoo wel als tot de betaling der rente men berekend in staat te zullen zijn door de gewone kerkelijke baten, zoo wel als door de vermeerdering der inkomsten van de Kerk, die te verwachten zijn uit de meerdere zitplaatsen welke de Kerk zal erlangen en waartoe groote behoefte bestaat.

Kerkvoogden stellen derhalve voor dat de vergadering zal bepalen,

1ste dat op de voorgestelde wijze tot de herbouw van het oude en bouwvallige Kerkgebouw in deeze gemeente zal worden besloten en

2e dat deze vergadering Kerkvoogden zal magtigen om tot de aanbesteding van een nieuw Kerkgebouw over te gaan, zoo wel als om een geldlening tot een bedrag van niet hooger dan ƒ 5900,00 te sluiten. Alles met dien verstande dat daarop door tusschenkompst van het Provinciaal Collegie van toezigt op de administratie der Herv. Kerk in Gelderland, de goedkeuring van Heeren Ged, staten deser Provincie zal zijn verkreegen. Bovenstaande voorstel in overweging genomen zijnde zoo wordt dien overeenkomstig besloten, en zal extract deses aan gezegt Collegie worden toegezonden onder overlegging der teekening en van de begrooting der kosten.

Het was voor de plaatselijke kerk een enorme opgave om het benodigde geld binnen te krijgen. Dat lukte voor bijna de helft, de rest moest worden geleend. Het was dus logisch dat de kerkvoogdij de kosten aan de hoge kant liet schatten. Tegenvallers zouden immers grote problemen opleveren voor de financiering van het project. Nu kwam de kerk in het midden van de 19e eeuw goed uit met het beschikbare budget en hield men regelmatig aanzienlijke bedragen over op de begroting. Toch bleef men voor het zekere kiezen door ook de te verwachtten meeropbrengst van de verhuur van zitplaatsen alvast mee te rekenen.

Het provinciaal college van Toezicht van de kerk stemde na het voorstel tot nieuwbouw van de kerkvoogdij in met het voorstel tot de bouw van het nieuwe schip van de kerk.

Om verschillende redenen werden de kosten uiteindelijk bijna 12.000 gulden. Deze kosten werden gedekt door de volgende opbrengsten:

De eigen gemeenteleden tekenden tezamen voor 3299,065 gulden in. (De 5 na het centenbedrag staat voor een halve cent.) Dominee Nijhoff had buiten Vaassen ook een aantal vrijwillige bijdragen gekregen, die samen 1237,375 gulden bedroegen. Onduidelijk is wie de gevers waren van dit bedrag. Duidelijk is echter wel dat dominee Nijhoff bekenden en vrienden om een bijdrage had gevraagd.

De 5900 gulden werd geleend door aandelen van 200 en 100 gulden uit te geven aan gemeenteleden. Op de aandelen werd 4% rente vergoed.

De bouw van de kerk werd publiek aanbesteed en gegund aan aannemer Ph. Wegerif uit Apeldoorn. De bouw verliep echter langzamer dan gepland. Hierdoor was de aannemer een korting van 262,425 gulden op de aanneemsom verschuldigd.