De toenmalige situatie van de kerk

De toenmalige kerk was dringend toe aan verbetering. Het bestond uit een oude kern met diverse aangebouwde delen. Het gebouw werd bouwvallig en vroeg om veel onderhoud. Ook was de gemeente in de eerste decennia van de 19e eeuw aanzienlijk gegroeid en werd daardoor te groot voor de kerk. Zoals we al eerder zagen, was sinds de scheiding tussen Kerk en Staat de kerkvoogdij in het begin van de 19e eeuw verantwoordelijk geworden voor het onderhoud van de kerk. Het college van kerkvoogden kwam daarom voor een keuze te staan: doorgaan met de huidige kerk, met alle ongemakken en reparaties die daarbij hoorden of de kerk ten koste van veel geld vernieuwen. Dat het onderhoud aan de kerk steeds duurder werd zal een gevolg zijn geweest van alle delen, die gedurende de jaren van haar bestaan bij de kerk waren aangebouwd.

Dominee van der Zee tekende de bovenstaande plattegrond van de oude kerk. Tegenwoordig kan er een aantal vraagtekens worden gezet bij de door hem genoteerde data. Algemeen wordt tegenwoordig aangenomen dat tufsteen pas in de 10e en 11e eeuw algemeen werd toegepast voor de kerkbouw. Het lijkt daarom onwaarschijnlijk dat het oudste gedeelte gelijk in tufsteen werd gebouwd. Waarschijnlijker is dat de kapel in eerste instantie van hout werd opgetrokken en in de 10e of 11e eeuw geheel werd vernieuwd door deze te bouwen met tufsteen.