De aanstelling van de eerste organist

De aanstelling van de eerste organist is uitvoerig gedocumenteerd. In het verslag van de vergadering van de kerkenraad werd hiervan de onderstaande (voor die tijd zeer gedetailleerde) beschrijving gegeven.

Kerkeraadsvergadering gehouden ten benoeming van eenen organist. Met meerderheid van stemmen werd besloten dat de benoeming van eenen persoon door het opnemen der stemmen zoude geschieden. Daarvoor de stemmen opgenomen zijnde werd met meerderheid van stemmen benoemd tot organist

Cornelis Oosterwijk

Wien daarvan een berigt is gegeven terwijl deze persoon zich verbonden heeft om zich behoorlijk voor te bereiden ter waarneming van zijnen nieuwe betrekking, zich daartoe voor den tijd van zes jaar verbindende.

Uit naam des kerkeraads

B.E.C. van Niel

Scriba

Opmerkelijk is dat niet iedereen het met de benoeming eens was. Cornelis Oosterwijk werd benoemd met meerderheid van stemmen. Blijkbaar had zich nog een tweede organist beschikbaar gesteld, waarop ook stemmen zijn uitgebracht. Hierover is niets terug te vinden in de notulen.

Blijkbaar moest Cornelis Oosterwijk een tweetal beloftes doen om als organist te worden benoemd.

Ten eerste moest hij zich behoorlijk voorbereiden op de diensten. Dit geeft een aanwijzing dat hij nog geen goede organist was en hij veel moeite moest doen om aan de eisen van de kerkenraad te voldoen. Blijkbaar bereidden een aantal organisten van andere gemeentes zich in die tijd niet altijd even goed voor en had de kerkenraad deze geluiden van die andere gemeentes gehoord.

Daarnaast moest hij beloven voor zes jaar aan te blijven als organist. Blijkbaar was het in die tijd moeilijk om een (goede) organist te vinden en heeft men hem willen binden. Een tweede mogelijkheid is dat de kerkenraad de kosten voor de orgellessen heeft betaald en wilde men niet dat hij al snel weer door een andere kerk werd overgenomen.

Opvallend was dat de benoeming van Cornelis Oosterwijk in de notulen van de kerkenraad was opgenomen. De benoeming van personeelsleden was een taak van de kerkvoogdij. Dit geeft een aanwijzing voor het bijzondere karakter van deze benoeming. Een mogelijke reden voor een dergelijke bijzondere vermelding is dat een gemeente voor het eerst een organist benoemt. Een andere reden zou kunnen zijn dat Vaassen toen nog geen kerkvoogdij had. De scheiding van Kerk en Staat had nog maar net plaatsgevonden en wellicht had Vaassen nog geen kans gezien geschikte kerkvoogden te vinden. Dit zou tevens verklaren dat er van voor 1824 geen kerkelijke jaarrekeningen beschikbaar zijn. Anderzijds ontbreken er in de eerste jaren na 1824 ook nog een aanzienlijk aantal. Dus dit lijkt geen steekhoudend argument te zijn.