De dispositie van het orgel

De oorspronkelijke dispositie (de opsomming van de registers) van het orgel is niet bekend, daar kunnen ik slechts naar gissen. Het is wel duidelijk dat het orgel niet in één keer is gebouwd. In de kerkelijke jaarrekening over 1824 werd vermeld:

Voor het halen van twee vragten nieuwe pijpen van Haaksbergen in het bovenwerk van het nieuwe orgel, als ook voor het te kort zijnde door de gemeente opgebragt bij het opmaken der rekening.

Deze tekst werpt een nieuw licht op de financiering van het orgel. Daar waar ds. van der Zee uitgaat van een overschot op de begroting, blijkt er in werkelijkheid een tekort te zijn geweest. Dit kwam in die tijd wel vaker voor. Het werd dan opgelost door voor het beschikbare budget een orgel te bouwen met reserveringen. Inwendig werd dan een deel nog niet ingebouwd. Wanneer de gemeente voldoende geld had opgebracht om het resterende deel te betalen leverde de bouwer de ontbrekende delen en installeerde deze in het orgel. Ook financieel gezien klopt dit beter in de vergelijking met orgels van een soortgelijke omvang in onze omgeving. Deze waren allemaal duurder.

Omdat het orgel net nieuw was zal er in de periode van 1824 tot 1850 niet veel meer aan het orgel zijn veranderd. De beschrijving van Broekhuyzen zal daarmee gelijk zijn aan de samenstelling van het orgel vanaf 1824. Broekhuyzen vermeldde in zijn beschrijving van het kerkorgel van Vaassen het volgende:

Het orgel in de kerk der hervormde gemeente aldaar is gemaakt door Jacob Armbrost te Haaksbergen. Heeft 14 stemmen, twee handklavieren, aangehangen pedaal [en] twee blaasbalgen,

 

Manuaal

 

Positief

 

 

 

Prestant

8 vt

Prestant

8 vt

Bourdon

16 vt

Holpijp

8 vt

Octaaf

4 vt

Prestant

4 vt

Quint

3 vt

Flute travers

8 vt

Woudfluit

2 vt

Octaaf

2 vt

Mixtuur

2-3-4 st

uit 2 vt

Mixtuur

2-3-4 st

 uit 1 vt

Sexqualter

3 st

 

Trompet

8 vt

 

 

 

Twee afsluitingen, ventil, tremulant
       
Is een sterk toongevend werk.

 

Om deze tekst goed te begrijpen is wat aanvullende verklaring nodig.

Het orgel dat werd beschreven bestaat eigenlijk uit twee delen: een manuaal en een positief. Beide delen zijn in twee verdiepingen aangebracht. Hier ter plaatse is het manuaal (ook wel hoofdwerk genoemd) de bovenste verdieping van het orgel en het positief het onderste deel. Elk deel wordt met één van beide handklavieren bespeeld. Het orgel had ook een pedaal (een klavier dat met de voeten wordt bespeeld). De toetsen van het pedaal waren verbonden met overeenkomstige toetsen van het onderste klavier (vandaar aangehangen pedaal). Eigenlijk werden de lage toetsen van het onderste klavier zodoende met de voeten bespeeld.

Zowel het manuaal als het positief bestaan uit een aantal registers. Een register is een serie orgelpijpen, waarmee voor elke toets van het klavier één of meer pijpen aanwezig is.

Om deze beschrijving niet te technisch te maken worden een aantal andere gegevens in bijlage 2 nader toegelicht. Voor de verklaring van de termen die werden gebruikt wordt de lezer nogmaals verwezen naar de verklarende woordenlijst in bijlage 8.