Vaassen in de 19e eeuw

Vaassen is in de loop van de jaren sterk veranderd. Daarom wordt hier een kort tijdsbeeld geschetst van het leven van de Vaassenaren in het begin van de 19e eeuw.

Vaassen was een typisch kerkdorp. Een kerk in het centrum van het dorp, met een kerkhof eromheen. Voor de kerk, aan de dorpsstraatzijde, bevond zich een bescheiden markt. Ten westen van Vaassen bevond zich aanzienlijk minder bos dan tegenwoordig. Evenals de hele Veluwe kende Vaassen, in plaats daarvan, in die omgeving toen uitgestrekte heidevelden, zandverstuivingen en bosjes met hakhout. De mensen konden vanwege de arme grond en het gebrek aan voldoende meststoffen slechts met moeite een karig bestaan opbouwen.

Het dorp was aanzienlijk kleiner dan tegenwoordig. De kerkenraad voerde in april 1823 een telling uit van de Hervormde leden. Vaassen bestond destijds uit vier afdelingen. Naast het dorp waren er drie omvangrijke buurtschappen, de Hegge, de Westerenk en het Vaassensche broek. De verdeling van de leden over de afdelingen was als volgt:

Afdeling

Zielen

Lidmaten

Dorp

264

106

Hegge

178

98

Westerenk

249

76

Vaassensche broek

204

62

Totaal

895

342

Gedurende de 19e eeuw steeg het aantal inwoners van Vaassen snel. Woonden er in 1795 nog 1183 mensen, in 1809 was dit aantal al gegroeid tot 1254. Het aantal groeide door en bedroeg in 1825 en 1849 respectievelijk 1380 en 1782. De bevolking bestond voor bijna de helft uit “kinderen” tot 20 jaar. De volkstelling van 1829 leverde in Epe de volgende leeftijdsverdeling op:

Vaassen kende een, voor deze omgeving, groot aantal katholieken. Uit de telling die Napoleon in 1809 liet uitvoeren werd ook de geloofsovertuiging geregistreerd. Van de 1254 Vaassenaren waren er 891 hervormd en 363 katholiek. Dit was te danken aan de bescherming van het katholicisme door de katholieke heren van de Cannenburgh. De katholieken kwamen bij elkaar in de kapel aldaar en later werd een schuurkerk op de Oosterhof gebouwd. In de Franse tijd ontstond, met de scheiding van Kerk en Staat, weer volledige godsdienstvrijheid. Eerst werd een plan gemaakt om een aparte vleugel aan de dorpskerk te bouwen voor de katholieke vieringen. Hier is echter van afgezien. Het duurde tot 1832 voor er een katholieke kerk werd gebouwd.

Van de aantallen mensen die buiten het dorp woonden werkten velen, als boer of knecht, in het boerenbedrijf. Dit was een karig bestaan, dat minder opleverde dan hetzelfde werk op de betere stukken grond dichter bij de IJssel. De mensen verdienden extra geld door het verrichten van bosarbeid en het aanplanten van helm om de zandverstuivingen te beteugelen.  Het loon was over het algemeen laag, ongeveer 50 cent per dag. De hele familie werkte mee, door al naar gelang van het seizoen, bos- en vlierbessen te plukken, bezems te binden en het verzorgen van de huisdieren en de moestuin. De kosten waren daarentegen ook laag. Veel van de behoefte van het gezin kwam uit de moestuin of van de eigen huisdieren en men leefde in huizen en hutten van bescheiden omvang. Brandstof (heideplaggen en hakhout) bood de omgeving voldoende. Het grondgebruik in de gemeente Epe zag er volgens Sloet in 1827 verhoudingsgewijs, gerangschikt naar bestemming, als volgt uit:

Naast de mensen die van het boerenbedrijf leefden, werkten ook mensen in zelfstandige beroepen zoals bakkers, kooplieden, herbergier, horlogemaker, schilder, schoenmaker, winkelier. Er was sprake van industrieel werk bij de koper- en papiermolens. Hiervoor, met name voor de papierproductie, was veel kennis, vaardigheid en kapitaal nodig. Kapitaal dat voor een deel werd geleverd door de heren van de Cannenburgh. Een groot aantal van deze molens was dan ook in het bezit van de Cannenburgh. De molens werden verpacht. Het dorp wordt door Sloet in 1852 welvarend genoemd. Blijkbaar leverde de bedrijvigheid toen voldoende op om een goed bestaan op te bouwen. Dit blijkt ook uit de overschotten op de begrotingen van de kerkvoogdij in de eerste helft van de 19e eeuw.

Bestuurlijk was er in het begin van de 19e eeuw voor Vaassen een aantal veranderingen geweest. Tot 1809 hoorde het dorp bij Epe, daarna werd het voor enkele jaren een aparte gemeente, waar ook Oene bij hoorde en in 1818 werden de gemeentes Epe en Vaassen weer samengevoegd.

De bereikbaarheid van Vaassen werd in de 19e eeuw steeds beter. In 1829 kwam het Apeldoorns kanaal gereed, waardoor grote hoeveelheden goederen veel goedkoper konden worden vervoerd. Ook de wegen werden steeds beter. Zo werd in 1844 de weg van Hattem naar Apeldoorn met grint verhard en daardoor beter berijdbaar. Sloet vermeldde in 1852 verder een zandweg naar Gortel en Soerel, een zandweg langs de grift en een grintweg naar Terwolde. In 1887 werd de spoorlijn tussen Apeldoorn en Zwolle aangelegd, met een station in Vaassen.

A.J. van der Aa beschrijft in zijn Aardrijkskundig Woordenboek  (1848) Vaassen als volgt:

Vaassen op de MiddelVeluwe, prov. Gelderland, district Veluwe. Door het menigvuldig hoog geboomte en de vele beken, waardoor deze streek doorsneden wordt, zeker één der bekoorlijkste plaatsen der Veluwe.

Het is een lang dorp zich vertonende als een straat, ter weerszijden met huizen betimmerd, van welke de meeste met pannen gedekt zijn. Men telt er in de kom van het dorp ongeveer 620 inwoners, doch met de daartoe behoorende buurs Heggerot, Broek en Wester Enk ongeveer 1900 inwoners, die meest in den landbouw hun bestaan vinden. Ook heeft men 1 koper-, 15 papier- en 2 korenmolens, benevens 1 olie- en pelmolen.