Schijnwerper op de jongeren

HERVORMDE SYNODE BESPREEKT HGJB-BELEID

Omdat de Hervormd-Gereformeerde Jeugdbond (HGJB) in 1988 een samenwerkingsverband met de hervormde synode sloot, waarmee ook het jeugdwerk vanuit hervorm gereformeerde kring een officiële plaats binnen de Hervormde Kerk heeft, komt he van de jeugdbond van tijd tot tijd aan de orde op de synode. Het was zeljs de hoofdschotel van het synodemenu op 21 septemberjl. Geen pleidooi voor vernieuwing, wel voor aandacht en ontmoeting.
P. J. VERGUNST

Dichtbij jongeren

Ter voorbereiding op de gedachtewisseling had de HGJB enkele hoofdstukken uit het beleidsplan 1999-2002 geselecteerd, waaruit geconcludeerd kan worden dat een gesprek met de synode in 1999 logischer geweest was. Enkele gedachten uit dit beleidsplan ‘Dichtbij jongeren’: In de komende jaren wil de bond dichterbij jongeren zelf staan, wat zijn eigen positie kwetsbaarder maakt. Daarbij klinkt de vraag: Wat wil God met jongeren? ‘Ook dan geldt dat God wil dat jongeren zullen leven voor Zijn aangezicht, in geloof, hoop en liefde. In een leven van bekering, navolging, toewijding en volharding.’ Als eerste opdracht formuleert de HGJB daarbij ‘Het geven van ondersteuning aan jongeren om te leren beantwoorden aan het doel van hun leven, in de wereld en de samenleving waarin zij staan.’ Hierbij dient ook oog voor de enkeling te zijn.

Klik hier!

HGJB-directeur N. Belo leidde ter synode de bespreking in. Hij pleitte ervoor samen te spreken over de jongeren en kinderen in de kerk, in plaats van over het beleid van zijn organisatie, en lichtte de wens van de HGJB toe om het werk samen met SoW-jeugdwerk te mogen presenteren. ‘De HGJB wil zijn werk in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en in gebondenheid aan de belijdenis doen en zo het kerkelijk jeugdwerk bevorderen.’ In een angstige samenleving wilde Belo de beginsituatie van jongeren volop serieus nemen, om vervolgens in oefenplaatsen – gezin, clubs, de gemeente – te vertellen dat God dezelfde blijft. ‘Wie weet dat jongeren seismografen in de samenleving zijn, zal graag bij hen in de leer gaan.’ Hij noemde het luisteren naar jongeren een kwaliteitscriterium voor een goede gemeente. Belo gaf ook aan dat de contacten met het SoW-jeugdwerk intensiever geworden zijn. ‘Er is herkenning in het belang van kerkelijk jeugdwerk.’

H. J. Hogendoorn, verantwoordelijk voor SoW-jeugdwerk op het LDC, zei dat veel onderzoeken naar jongeren in de buitenkant blijven steken, terwijl hun binnenkant veel beweeglijker is. Hij sprak van een ‘generatie search’, waarvoor binnen de gezinnen onvoldoende koers wordt aangegeven. Onder meer met een video liet hij zien dat muziek een van de steunpilaren voor jongeren is: ‘Muziek geeft troost op je kamer, een kick tijdens een feest, maakt huiswerk verdraaglijk.’ Jongeren zijn bezig met de zin van hün leven, niet van hét leven. Vrienden en familie vormen voor hen het kader, waarbinnen de dingen op hun plaats vallen. Hogendoorn stelde dat niet onze vorm normatief is, maar dat het gaat om inspiratie van jongeren.

Ontmoeting met ouderen

In groepjes besprak de synode een aantal vragen. Als lijn kwam hieruit naar voren dat aandacht voor jongeren niet beleidsmatig is op te lossen: het gaat om het scheppen van mogelijkheden, waarin ze ouderen ontmoeten die laten zien wie God voor hen is. In die zin is een gezamenlijke preekbespreking een goede vorm. Diverse synodeleden kregen vervolgens het woord. Ds. G. de Fijter, (classis) Kampen, pleitte voor een persoonlijke (vriendschaps)relatie met jongeren, waarin sprake kan zijn van geloofsoverdracht en de grote daden van God centraal staan.

Oud. W. R. Hartman, (classis) ‘s-Gravenhage, wilde jongeren ook inspraak geven in de wijze waarop de viering plaatsheeft. Hij zei onder de indruk te zijn van de manier waarop de HGJB van internet gebruik maakt.

Oud. meur. M. Bons-Storm uit Oegstgeest (classis Leiden) vroeg of afwijkend gedrag in kleding etc. bij jongeren ook echt kon in de gemeenten. ‘Hoe gaan we ermee om als jongeren ook anders over de boodschap denken? ‘

Hetty van Triest uit Rouveen, als HGJBjongere aanwezig, gaf haar antwoord. d- ‘Zijn er bij ouderen niet evenzeer veel t denkwijzen werk als bij jongeren? ‘ Ze gaf aan dat jongeren niet uit zijn op vernieuwingen. ‘Er hoeft voor ons geen drumstel in plaats van een orgel in de kerkte komen, maar wij willen aandacht!’ Ze pleitte ervoor aan jongeren duidelijk te maken waarom we aan bepaalde tradities in de kerk vasthouden. Oud. H. Reurink uit ’t Harde (classis Harderwijk) pleitte voor het uitkiezen van thema’s die jong en oud samen bespreken.

Ds. I. Frenay uit Mensingeweer (classis Middelstum) verhaalde zijn positieve ervaringen met het gemeenteopbouwplan van Willemien Wikkes, gebaseerd op scharnierpunten in de ontwikkeling van jongeren met passende momenten in de liturgie.

Ds. H. van Wingerden uit Vaassen (classis Hattem) wilde als kerk daar zijn waar de jongeren zijn, op de straat en in de huizen.

Synodepreses ds. A. W. van der Plas vroeg naar de verhouding tussen het investeren van geld en tijd in jongeren én in zending en evangelisatie.

Dr. B. Plaisier, secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk, merkte op dankbaar opgemerkt te hebben hoe HGJB en SoW-jeugdwerk zoveel dingen samen doen, ‘verbazend als we naar het verleden kijken.’ Hij wilde van beiden horen wat deze samenwerking inhoudt.

Belo sprak van een groeiproces, waarbij ervoor gekozen is de ander niet af te schrijven. Op beleidsmatig niveau worden de plannen aan de ander bekendgemaakt, wat een motivatie noodzakelijk maakt. ‘Je beseft, werkend vanuit een identiteit, dat je niet de pretentie hebt alleen de juiste vorm te kiezen.’

Concrete samenwerking is er slechts geweest in een boekje rond werkvormen.

Hogendoorn zei dat de erkenning en het begrip dat de ander andere keuzen maakt, van belang is. Hij hoopte dat beide organisaties in de kerk dienstbaar zijn.

Heldere uitleg

Het is van belang dat de synode aandacht vroeg voor het jeugdwerk binnen de kerk. Dat zou vaker moeten dan tot nu toe gebeurt. De jongeren zijn immers niet de toekomst van de kerk, maar behoren reeds tot de kerk. Juist in het gesprek met elkaar moeten we leren onze doelstelling helder voor ogen te houden. In een bezinning waarin nogal eens gesproken werd over authenticiteit, luisteren, duidelijkheid, samenwerking enzovoorts herhaal ik de woorden die Belo in zijn toelichting ook uitsprak: ‘De HGJB wil een heldere uitleg geven van het Woord van God, dit vertalen naar een praktische toepassing in de levens van jongeren en zoeken naar oefenplaatsen in de gemeente.’ Daarom gaat het in het jeugdwerk. Hoe concreet is immers de leidraad uit Psalm 78, waarmee de synodezitting geopend werd: ‘Wij zullen het niet verbergen voor hun kinderen, voor het navolgende geslacht, vertellende de loffelijkheden des Heeren, en Zijn sterkheid, en Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft.’ Wie in die traditie staat, heeft de beloften en de zegen van God mee. Om die zegen bidden we voor onze jeugdbond én onze jongeren, ook voor de komende jaren.

P. J. VERGUNST, APELDOORN

De Waarheidsvriend, 4 oktober 2001