Hendrik Cornelis Jacobus van Deelen

Geboren te Amerongen op 15 november 1900
Overleden te ‘s-Gravenhage op 4 december 1993.
Zoon van Hendrik Cornelis van Deelen, huismeester, en Sjoukelina
Pieterson. Hij huwde op 30 oktober 1925 te Groningen met Elsien Pieterson (1896-1976).
Studeerde theologie Groningen 1919, drs. theologie 1925.
Gemeentepredikant:
  • Hervormd predikant Adorp 1925;
  • Oostermeer 1928;
  • Oosterend (Frl.) 1932;
  • Vaassen 1937-1945 (emer.).
Overige werkzaamheden:
Secretaris-penningmeester Bond van Ned. Predikanten te ‘ s-Gravenhage
1945-1967.
Van Deelen was afkomstig uit het oer-conservatieve Utrechtse. In 1930 werd hij medeoprichter van het Verbond voor Kerkherstel. Met R.B. Evenhuis was hij redacteur van het maandblad van Kerkherstel, Nieuw kerkelijk leven.
Hij achtte de toekomst der kerk alleen veilig bij hen voor wie de kerk een Christusbelijdende volkskerk zou zijn. In 1937 nam hij deel aan de oecumeni-
sche conferentie ‘Faith and Order’ in Edinburgh.
In zijn laatste gemeente Vaassen werd hij terughoudender t.a.v. het reorganisatiestreven van Kerkherstel.
Van Deelen werd op 1 november 1945 waarnemend en
op 29 april 1946 gewoon secretaris-penningmeester van de Bond van Nederlandse Predikanten. In deze functie werkte hij bijna 20 jaar nauw samen met voorzitter L.H. Ruitenberg. Tevens volgde hij D. Boer op als secretaris van de Pensioenraad van de Nederlandse Hervormde Kerk en als lid van de Commissie (later Raad) voor de predikantstraktementen.
In de oorlog was er een beter contact ontstaan tussen de Bond en de beheersorganen van de Hervormde kerk. De Bond werd van strijdorganisatie onder Boer meer een overlegorgaan. Van Deelen was dankzij zijn tactisch inzicht – hij
was tevens een fervent schaker – een goed onderhandelaar. Hij heeft zich voornamelijk op drie terreinen bewogen: de opbouw van de predikantstraktementen, de verbetering van de pensioenen en de organisatie van collectieve verzekeringen voor de predikanten. Hij volgde het  werk aan de nieuwe kerkorde kritisch en waarschuwde voor overhaasting. De financiële nood van een belangrijk aantal emeriti en predikantsweduwen was in de jaren ’50 nog steeds groot.
Van Deelen streed (niet zonder botsingen) voor prioriteit van een goede traktements- en pensioenregeling boven het enthousiasme voor de nieuwe
ontwikkelingen in zending en diaconaat, en later, in 1961, de kerkbouwactie: “De leiding der kerk moet haar aandacht richten op de hoofdzaak, dat is een behoorlijke bezoldiging en pensionering van hen, die door hun pastoraat de
kerk in stand houden”. Hij kwam steeds op voor een in alle opzichten hoog niveau van de predikant.Van Deelen bewerkstelligde de samenbundeling van de vele provinciale, classicale en gemeentelijke pensioenfondsen. Het Bondsbureau groeide onder zijn leiding uit tot een drukbezocht centrum voor adviezen. Als secretaris van de Bond nam hij
een onafhankelijke positie in t.o.v. de kerkelijke gremia. In gevallen van een misstap van een predikant kon hij solidair blijven. Zonder te moraliseren probeerde hij tot het uiterste – desnoods tegen de regels in – te zorgen dat het betreffende gezin niet ten onder ging. Het steunfonds, door de predikanten zelf opgericht en gefinancierd, ging in 1960 samenwerken met de sectie maatschappelijk werk onder de predikanten vanwege de Algemene Diaconale Raad en kreeg een eigen leidster, mw. W.L. Blommestein.
Als redacteur van Het Orgaan schreef Van Deelen talloze artikelen. Hij verzorgde het jaarlijks verschijnende Van Alphens Nieuw Kerkelijk Handboek.
G e s c h r. : Volkskerk, belijdeniskerk, vrije kerk, Wag.
[1935] (Naar het herstel der kerk, III/1). – [Anoniem,] Veertig
jaar Bondsgeschiedenis. Bond van Nederlandse predikanten,
1918-1958, s-Grav. 1958.
De kerk en het Woord Gods. In: Het oecumenisch gesprek
der kerken, ‘s-Grav. 1939. 47-56.
Wat is theologie? In: VT, I (1930). 33-37. – In OEV. Een
oude strijd in de nieuwe tijd, IV (1929), 126-135; Het begrip
gemeente. VI (1931), 101-121; De theologische achtergrond
van de Doleantie, XI (1936). 235-255.
L i t. : Reitsma, Lindeboom, Gesch. Herv. Kerk. reg. in v.
– M.L. de Boer (e.a.), Easterein. Easterein 1995 , 68 , 423.
430, 559. – Korte artikelen over Van Deelen: L.H. R[uitenberg].
in: Het Orgaan, XXXVII/11 (nov. 1960), 3; J. Folkerisma.
in: WDt. XVI (6 mei 1967), 137 vlg.; Kerknieuws, 24 mrt.
1967; WDt, XXXIX (1990), 425: Predikant en samenleving,
LXXI (jan. 1994), 2 vlg.
KM. WITTEVEEN
Bron: Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme, deel 5 (2001), pagina 134-135.

09 Hervormd Vaassen verschijnt

De kerkenraad betuigt haar instemming met het voorstel tot oprichting van een Hervormde Vrouwengroep. “Zodat vrouwen met elkaar in contact kunnen komen aangezien het gevoel van ver­vreemding meer bij de vrouw dan bij de man des huizes voorkomt, aangezien hij door zijn werk en organisaties veelal direct aanknoping punten heeft “, (aldus de notulist in 1958). De predikant en de hulpprediker zullen in overleg treden met enige dames die voor zulk een vrouwengroep voelen. Voor deze groep hebben zich enige tijd later al 34 leden opgegeven.

Nog een belangrijk gebeuren staat Vaassen te wachten. In de vergadering van juni 1958 deelt de voorzitter mee dat het “woonoord der Ambonezen” binnenkort bevolkt zal worden. Als welkomstgeschenk wil de kerkenraad een kansel-Bijbel in het Maleis aanbieden aan de Molukse kerk en wel op 14 december 1958.

Ouderling Van der Mark, de voorzitter van de gezinsver­zorging, deelt mee dat hij met genoegen kan stellen dat het met de gezinsverzorging zover is dat met ingang van 1 juli a.s. het werk kan beginnen. Met 1 gezinsverzorgster en 1 gezinshulp. We zien dat er in deze jaren heel wat in Vaassen gebeurt en dat de kerk hier het initiatief mag nemen is heel fijn.

De kerkenraad bestaat uit 6 ouderlingen en 4 diakenen en dit zijn allen mannen. In september 1958 wordt er een Herderlijke brief aan de vergaderingen der kerk en aan de gemeenten voor­gelezen van de Generale Synode, d.d. 3 juli 1958 betreffende het besluit om ook de vrouw tot het ambt toe te laten. Het zal echter nog jaren duren voordat in Vaassen een vrouw in de kerkenraad wordt gekozen.

Vaassens Fanfare zal gevraagd worden haar medewerking te verlenen in de a.s. kerstzangdienst. Zo zie je, dat enige jaren terug er geen toeters in de kerk mochten, er nu geen bezwaar is voor het gehele Fanfarekorps. De aanhouder wint als het maar niet met geweld gaat want dan maakt men de boel stuk.

Vergadering oktober 1958. Ik volg hier even de notulist, tevens de preses.

“Toen de preses het stapeltje ingekomen stukken op tafel legde, werd opgemerkt: “dat is nog al wat”.
Maar verschillende stukken konden als kennisgeving aangenomen worden.

 

“Er werd geklaagd over wankele torens, lekkende daken, bouwval­lige jeugdgebouwen, enz (in de ingekomen stukken wel te ver­staan). Men toonde begrip te hebben voor deze noodgevallen, maar de portemonnee bleef dicht. Toch (zo gaat de notulist verder) werden niet allen ledig heen gezonden. Niet om te pronken met de giften, maar om aan het nageslacht te laten zien dat de kerkenraad van weleer toch niet zo schriel was, volgt hier een lijstje van toegekende giften:
Uit de diaconie­kas ontvangt Neerbosch f. 25, – , de Talmastichting f. 10, -, Valkenheide f. 15, -.
Uit de kas inwendige zending, de Varende gemeente f. 10,-, Philadelphia f. 10,-, Centrale bond inwendige zending f. 10,- en de Vereniging tot verspreiding  van de Heilige Schrift f. 10,-. Aldus de preses.

De Hervormde Vrouwen Dienst krijgt van de diaconie f. 200,- om voor de ouden van dagen een kerstfeest te organiseren en degene die niet kunnen komen een kerstgroet te brengen. Uit de kas inwendige zending krijgen zij ook nog f.100, – voor dit goede doel.

In een andere kerkenraadsvergadering schrijft ds. Kalmijn het volgende:

“Met vreugde deelt de Interkerkelijke stichting voor de Psalmberijming mede dat na ettelijke jaren van inspan­nende arbeid een proefbundel van 110 psalmen is verschenen. Deze berijming is nog niet officieel aangenomen. Om haar goed te beoordelen, moet zij ook gezongen worden. Maar door wie? Om de kerkenraadsvergaderingen nog wat te rekken zou er aan de agenda toegevoegd kunnen worden:” Gezamenlijk zingen van de nieuwe psalmberijming onder leiding van ouderling R. Smit”.

Dit voorstel kwam de preses in gedachten, maar hij heeft het niet uitgesproken. Om ze door de gemeente te laten zingen leek nog niet wenselijk. Nog niet zo lang geleden werd de nieuwe bundel officieel ingevoerd. We moeten de gemeente nu niet met nieuwe frat­sen lastig vallen. Evenwel (zo gaat de preses verder) bleek de vreugde van de Interkerkelijke stichting aanstekelijk gewerkt te hebben op hulpprediker Vossers. Waar het hart vol van is, loopt de mond van over. Het blijkt namelijk dat hij de commissie voor het jeugdwerk deelgenoot heeft gemaakt van zijn overvloeiende blijdschap. Deze jonge mensen, steeds gefasci­neerd door het nieuwe, waren direct door deze nieuwe psalmbe­rijming gegrepen. Deze commissie, gewend aan orde in de kerk, vroeg bij monde van haar voorzitter zeer voorzichtig: “Mogen wij van deze psalmberijming in de jeugddiensten, natuurlijk niet geregeld, maar zo af en toe eens gebruik maken?”  De kerkenraad meende dit beleefde verzoek niet te mogen weigeren. “Het is te hopen”, zo schrijft de preses, “dat naast de nog steeds heersende gezangenkwestie er geen psalmenkwestie komt. Zou het zover komen, dan zouden beide kwesties radicaal opgelost kunnen worden door helemaal niet meer te laten zingen in de kerk”. Tot zover de notulen van 3 januari 1959.
Het is gelukkig niet tot een psalmenkwestie gekomen. Maar door voorzichtig en tactisch optreden van de jeugdcommissie en haar voorzitter en het vertrouwen dat zij genieten van de kerkenraad en de gemeente, kon er veel gedaan worden in Vaassen. Maar niet door kracht nog door geweld maar door de geest der geleidelijkheid.

In deze vergadering wordt tevens vermeld dat de diakenen een gesprek hebben gehad met de begrafenisonderneming “De laatste eer”. Zij willen graag gebruik maken van de lijkwagen met bijbehoren. Na een korte discussie wordt het bedrag vast­gesteld op f. 40,-. Voor het gebruik van de witte handschoenen zal f. 5, – berekend worden. Voor het luiden van de klok zal overleg gepleegd worden met de kerkvoogdij. De prijs van f. 5,­- voor een kwartier klokluiden lijkt heel billijk. In februari 1959 is er bij de lijkwagendienst een batig saldo van f. 126­,34.

Van de commissie ter voorbereiding van de bouw van het bejaarden­centrum is een verzoek dat de diaconiewoningen ontruimd worden. Dit voorstel is onaanvaardbaar en de raad stelt voor de vier woningen te koop aan te bieden voor f. 35.000,- onder beding dat de huidige bewoners tijdens hun leven een woning bij het bejaardencentrum krijgen. Eventueel later een kamer in het centrum. Tevens zal aan de heer Biesterbosch een huis en grond van de Diaconie aangeboden worden voor een bedrag van f. 9000,-. Dit was het huis dat direct achter café Biesterbosch stond en bewoond werd door de familie van den Berg. Eerst wordt echter de kerkvoogdij de kans gegeven dit stuk grond te kopen. Voor deze is het echter op dat moment niet renda­bel, maar de Diaconie zal het nog voor de kerkvoogdij reserveren. Over dit onderwerp is echter het laatste woord nog niet ge­sproken. Er volgen nog vele gesprekken voordat het bejaardencentrum er staat. Ook wordt de bouw van vier diaconiewoningen aan de Torenstraat overwogen.

Het is alweer een jaar geleden dat de wegwijzer is ver­spreid in de gemeente. De jeugdcommissie meent dat het tijd wordt voor een nieuw of voor een maandelijks blaadje uit te geven. De kosten zouden voor het grootste deel door advertenties betaald kunnen worden. Zaak is wel dat het blaadje kosteloos onder alle hervormde gezinnen wordt verspreid. Dit voorstel vindt grote bijval en men zal dien aangaande een gesprek met de kerkvoogdij aanvragen.
Ook de kerkvoogdij wil hier graag haar medewerking aan geven en het resultaat is dat op 10 oktober 1959 de eerste Hervormd Vaassen uitgegeven wordt. Dat is een verheugend feit. Het blaadje bestaat uit vijf pagina’s gedrukte tekst en een achterzijde gevuld met advertenties. Van de 15 zaken die een advertentie plaatsen bestaan er nu nog 4. Ik mocht het genoegen hebben om de kerk en het opschrift die de voorkant siert, te mogen tekenen. Hervormd Vaassen mag zich nog steeds in een grote belangstelling verheugen. Het is ook een mooi middel om alle hervormde gezinnen te bereiken.

Er is nog een kerkbode die in de gemeente gelezen wordt. De z.g. classicale kerkbode uit Harderwijk. Hier staan stukjes in van veel Veluwse gemeenten en werd in die tijd door een derde van de gemeente gelezen. Vooral de stukjes geschreven door ds. Doornebal uit Oene werden graag gelezen. Het waren heel leuke stukjes die weer van commentaar werden voorzien door ds. de Boer uit Veessen in een rijmvorm. Hervormd Vaassen is echter gratis en specifiek op Vaassen gericht. Ook ds. Kalmijn schrijft hierin, wat in de omtrek graag gelezen wordt.

Sinds 1954 ben ik lid van de Hervormde Jeugdcommissie. Al een hele tijd nu werkzaam als secretaris van de ­commissie en ik doe dat werk heel graag. Er zit veel werk aan vast, o.a. het benaderen van predikanten voor de jeugddiensten.

In december 1959 komt Dhr. Vossers bij mij met het verzoek of ik mij beschikbaar wil stellen als kandidaat voor het ambt van ouderling. Dat was voor mij geheel onverwacht en mijn eerste reactie was: “geen sprake van”. Ik voelde mij nog veel te jong voor ouderling. Bij de naam ouderling kwamen mij oudere in het zwart geklede heren voor ogen. Met mijn 31 jaren was ik daar nog lang niet aan toe. Dhr. Vossers liet het rustig bij mij bezinken en kwam later hier later weer op terug. Het liet mij toch niet los. Ik wilde altijd graag iets voor de kerk doen en hier was nu de kans of de roeping. In de eerste plaats besprak ik het met Eef, mijn vrouw. Zij liet mij vrij en vond het, als ik meende het te moeten aannemen, wel goed. Ik besprak het ook met mijn moeder en zij samen hebben mij de moed gegeven om toch maar ja te zeggen, al vond ik mijzelf te jong. Maar, en dat was weer een beetje een geruststelling, er werd afgesproken dat ik jeugdouderling zou worden. Steeds heb ik gemeend dat er voor mij nog geen jeugdouderling was geweest, maar bij het schrijven van dit verhaal kwam ik er wel achter dat het niet zo was. Dhr. Jan Brouwer was mij al voor geweest.

In de vergadering van 8 januari 1960 werd ik als zodanig benoemd en Jac. Smit als diaken.

In die tijd was het de gewoonte dat de kerkenraadsleden in het zwart gekleed gingen als zij dienst moesten doen in de kerk. Natuurlijk had ik op die leeftijd geen zwart pak. Van mijn moeder heb ik toen geld gekregen om een zwart jasje met vest en een daarbij behorende gestreepte broek te kopen. Dit droeg ik alleen als ik dienst moest doen in de kerk. Het heeft vrij lang geduurd voordat het dragen van deze kleding afge­schaft werd. Een gewoon net pak was toen ook goed. Nog weer later sloeg het m.i. weer door naar de andere kant en kwamen de kerkenraadsleden in bijna vrijetijdskleding naar binnen. Natuurlijk weet ik wel dat het niet in de kleding zit, maar met is toch netjes als de kerkenraad goed gekleed is als zij dienst heeft.

Al die jaren had ik deelgenomen aan het leven binnen de kerk en in jeugdverenigingen, maar nu mocht ik ook meebeslis­sen over de gang van zaken in de gemeente. Dat is best benau­wend als je jong bent. Ik zag mij dan als jong “broekje” ook nog niet op huisbezoek gaan bij oudere mensen, vandaar dat de functie van jeugdouderling nog niet zo gek was. Ik zat in de jeugdcommissie en nu in de kerkenraad en kon dus mooi samen met Dhr. Vossers het een en ander bespreken, zowel in de jeugdcommissie als in de kerkenraad.

 

08 Dhr. Vossers komt naar Vaassen

Mijn moeder woont nog steeds met genoegen in de diaconie­woningen aan de Kerkweg, nu samen met nog drie vrouwen namelijk Anna Logtenberg, Mevrouw Van Niersen en Mevrouw Karrenbelt. Ik ben inmiddels getrouwd en wel op 18 juni 1952; in onze kerk door ds. Kalmijn. Het kon wel eens zo zijn dat de diaconiewoningen er de langste tijd hebben gestaan. In september 1956 lezen wij dat de mogelijkheid bestaat tot oprichting van een bejaar­dencentrum. Het zal echter nog vijf jaar duren voor het zover is. We komen er later nog weer op terug.

Nog een belangrijk punt lezen we in diezelfde notulen. De gezinsverzorging dient zich aan. Met het “Groene Kruis” is er een afspraak dat de Diaconie zich hierop zal bezinnen, terwijl die zich op haar beurt laat voorlichten door de sectie gezins­zorg van de algemene diaconale raad.

Ondertussen breidt Vaassen zich steeds meer uit en komen er mensen en gezinnen van elders zich in Vaassen vestigen.

De kerkenraad wil graag dat deze mensen zo snel mogelijk be­zocht worden. De kerkenraad meent dat de predikant samen met Dhr. De Jonge dit wel zou kunnen doen. De dominee wil dit ook wel graag doen maar de tijd hiervoor ontbreekt. Hij zal binnen­kort ook de avonddiensten weer gaan leiden. Daarbij heeft hij ook de schoolcatechisaties, met Dhr. De Jonge samen zijn dat 9 uur lesgeven. Dus kan er gedacht worden aan een kracht speciaal voor de catechisaties of enkele avonddiensten overhevelen naar andere predikanten. Met de kerkvoogdij zal overleg gepleegd worden of het mogelijk is bijvoorbeeld ds. Storm uit Nijbroek hiervoor te vragen.

De ouderling Bakker bedankt voor zijn werk in de gemeente en zijn zwager de heer R. Prins Fzn. neemt zijn taak over als ouderling.

Was er enkele jaren geleden nog bezwaar in de kerkenraad voor “toeters” in de kerk, de jeugdcommissie wilde toen een trompet in de dienst laten meewerken, maar dat vond geen genade. Zie het getij is gekeerd. Met veel instemming hoort de kerkenraad, dat er in de kerstzangdienst in plaats van een koperkwartet, wel zo’n twintigtal muzikanten mee zullen werken. Het kan verkeren.

Ook in 1956 is er weer de zesjaarlijkse stemming, met als resultaat dat de gemeente het recht wil behouden om zelf kerkenraadsleden te kiezen. Het was toen in feite zo dat de kerkenraad zelf steeds moest zoeken naar nieuwe kandidaten en dat is nog steeds zo. De gemeente heeft wel het recht, maar helaas komt er maar zelden vanuit de gemeente een kandidaat naar voren.

Met Kerst zullen de bejaarden boven de 70 jaar weer een cake krijgen. De prijs hiervoor wordt bepaald op vijf kwartjes en ze zullen gebakken worden door de bakkers D. Smit, Rodijk en Veldhuis. In 1956 waren er nog een heleboel bakkers in Vaas­sen, maar met de komst van de supermarkten is dat sterk afgeno­men.

Diaken Beekhuis brengt de tarieven van de lijkwagen weer eens ter tafel. Veel mensen verzekeren zich bij een Apeldoornse be­grafenis ondernemer. En hoewel de inkomsten niet zo hoog zijn besluit men toch om de tarieven niet te verhogen.

De inkomsten in 1956 waren f. 669,- en de uitgaven f. 485,30, zodat er een saldo is van f.183,70. Ook in Vaassen wil men komen tot het oprichten van een begrafenisonderneming, die dan gebruik kan maken van de lijkwagen. In het voorlopige bestuur hebben Dhr. De Jonge en de diakenen Beekhuis en Vossel­man zitting genomen. Hierna volgen er enige cijfers uit het beheer van de lijkwagen:
In 1904 waren de inkomsten maar f. 47,50 en de uitgaven f. 51,43 dus een nadelig saldo. Het gebruik van de koets varieerde van f. 5,- tot f. 14,-. In 1904 werd er ook maar acht maal gebruik van gemaakt, hiervan nog tweemaal kosteloos.
In 1920 gaat dat beter. Er wordt dertien maal van de koets gebruik gemaakt en de inkomsten waren f. 684,36 en de uitgaven inclusief aflossing waren f. 372,57, zodat er dat jaar een batig saldo is van f. 311,79. Het gebruik van de koets inclusief koetsier en dragers is dan ook f. 15,- tot f. 25,- per keer.

Een paar rekeningen aan de diaconie gepresenteerd betrekking hebbende op de lijkwagen:

Een van Heering de wagenmaker:
Lijkwagenwielen schoonmaken en het draaistel ingevet, kosten: f. 2,75.

En een nota van Hazeleger de smid:
8 gelakte kranshaken aan de lijkwagen gemaakt  f. 1,60
1 dubbele sleutel voor de assen                           f. 2,00
4 koperen doppen gelast en bijgeslepen              f. 1,00
totaal                                                                     f. 4,60
Dat was in 1935. Toen waren de onkosten nog niet zo hoog.

Na jaren heen en weer gepraat te hebben over een hulppre­diker, besluit de kerkenraad in haar vergadering van 5 maart 1957 een hulpprediker te benoemen. Er zal een advertentie geplaatst worden voor iemand met de bevoegdheid van hulppredi­ker en met veel ambities voor het jeugdwerk. Er zal getracht worden de benoeming per 1 september in te laten gaan.
Er worden twee hoorcommissies ingesteld met leden van de kerkenraad en de kerkvoogdij. Deze zullen op bezoek gaan bij dhr. Bos, bij dhr. Telgenhof en bij dhr. Vossers in Barchem.

Na een uitvoerige bespreking wordt dhr. Vossers op 9 juli 1957 benoemd. Er wordt een functielijst opgemaakt, wat er alzo van de hulpprediker wordt verwacht. Dat is onder andere acht uur schoolcate­chisatie, leiding geven aan het jeugdwerk, dus voorzitter van de jeugdcommissie. Verder het doen van ziekenbezoek in de ziekenhuizen en de sanatoria. Het assistentie verlenen bij het bezoeken van nieuw ingekomen gezinnen en de geheel zelfstandige bearbeiding van een vijfde deel van de gemeente, jaarlijks te veranderen.
Het bezorgen van de doopkaarten, leiding geven aan de feest­avonden in het gebouwen tenslotte een morgen- en avonddienst per maand. Dat was dus een hele waslijst en dit zal besproken worden met Raad voor de herderlijke zorg. Die bepaalde echter dat de hulpprediker een vaste wijk moest krijgen. Dat werd dan wijk “Vaassen – Oost”.

Intussen is ook het bestuur van het bejaardencentrum weer actief. In hotel “Spoorzicht” wordt een vergadering gehouden en er moet een vast bestuur gekozen worden. Hierin is ook plaats voor een lid van de kerkenraad. Ds. Kalmijn geeft in de kerkenraad verslag van deze vergadering, maar zegt geen zin te hebben in een bestuursfunctie. Hij meent tevens dat de pensionprijs van dien aard is, dat Jan met de Pet, minstens duizend gulden meer pensioen moet genieten dan een predikant met 40 dienstjaren. Voor de bestuursfunctie is weinig animo en tenslotte besluit men dit te vragen aan Dhr. De Jonge.
De plannen voor de bouw van het bejaardencentrum krijgen tevens vastere vorm. Het is bekend dat het gebouw zal komen op de plek aan de Kerkweg, waar de diaconiewoningen staan. Het terrein grenst aan het stuk grond dat aangeboden wordt door Mulder ten Kate. Het is dan ook de bedoeling dat de diaconie­woningen afgebroken worden zodat er een groot terrein ontstaat waar het bejaardenhuis en de aanleunwoningen komen te staan. De diaconie krijgt het recht van toewijzing van vier bejaardenwoningen. De kerkenraad bezint zich op het plan en de uitwer­king hiervan.

In november 1957 wil ouderling Kers bedanken voor de kerkenraad. Er zal verversing in de kerkenraad moeten komen maar dat is een moeilijk punt. De gemeente heeft het recht van aanbeveling, maar daar komt niets van terecht. Ds. Kalmijn stelt: “dat het gestoelte der ere hier in Vaassen weinig aantrek­kingskracht heeft”. En als ik nu de situatie bekijk is er niets aan verandert.

Dhr. De Jonge neemt in de avonddienst van 24 november 1957 afscheid van de gemeente Vaassen. Met welke tekst hij van Vaassen afscheid heeft genomen heb ik niet kunnen vinden. Het is, denk ik, hier de plaats om een paar gegevens over Dhr. De Jonge te vermelden. Hij werd op 14 mei 1886 te Oosterland geboren. Hij werd werkzaam als bijbelcolporteur te Breda, een beroep dat lijkt mij goed bij hem paste. Op 22 oktober 1931 wordt hij uit 61 sollicitanten benoemd als voorganger in ‘de Evangelisatie’ te Terwolde. Hij komt daar in dienst voor een jaarsalaris van f. 2000.-. In deze begin periode moest hij proberen een deel van zijn salaris zelf bij elkaar te collecteren. Dat lukte soms wonderwel. Na de oorlog haalde hij zelfs 54% van zijn salaris op. De heer en Mevrouw De Jonge hadden 3 dochters en 2 zonen.
Zoon Andries is ook predikant geworden en diens kleinzoon Freek is de nu zo bekende cabaretier. Het kan verkeren. Hij neemt op 16 december 1951 afscheid van Terwolde met de tekst: 1 Johannes 2:28. “Nu dan kinderkens blijft in Hem opdat wij, als Hij geopenbaard worde, wij vrijmoedigheid hebben en voor Hem niet beschaamd staan bij Zijn komst”. Hij heeft in Vaassen heel wat afgelopen en gefietst en veel goed werk gedaan. Zijn oude beroep als colporteur en evangelist was hem op het lijf geschreven. Na zijn vertrek uit Vaassen zijn ze weer in Terwolde gaan wonen. Zijn vrouw komt in 1963 te overlijden en hijzelf een jaar later. Beide zijn in Terwolde begraven. Met het overlijden van dhr. W.G. de Jonge ging een getrouw dienstknecht van de Heer heen.

Op 8 december 1957 wordt de Eerwaarde Heer G.D. Vossers in de morgendienst bevestigd door ds. Kalmijn met de tekst: Jesaja 40:3 “Hoor iemand roept, bereidt in de woestijn de weg des Heeren, effent in de wildernis een baan voor onze God”.
In de middagdienst doet dhr. Vossers zijn intrede met de tekst: Mattheus 1:21 “Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij zal zijn volk redden van de zonden”.

Gert Vossers werd geboren op 21 januari 1919 te Varsseveld. Als enige zoon is hij bestemd om de boerderij van zijn vader over te nemen. Maar de jonge Vossers wil van kind af aan graag dominee worden en hij zit liever in de boeken te leren dan te helpen op het hooiland. In de schuur gaf hij voor de kinderen uit de buurt op zijn manier zondagschool en op de deel preekte hij voor de familie op eierkisten gezeten. Hij zette zijn studie voort als godsdienstonderwijzer. Na de oorlog wordt de boerderij verhuurd en haalt hij in 1945 zijn akte. Dhr. Vossers was vanaf toen bevoegd om catechisatie te geven en bijbellezingen te houden. Hij kwam in 1946 in Barchem en na zijn studie van nog eens 3 à 4 jaar kan hij deze afronden als hulpprediker. Deze godsdienstonderwijzers waren eigenlijk vogelvrij. Zij werden vaak door predikanten gebruikt om allerlei klusjes op te knappen die ze zelf minder prettig vonden. Gelukkig heeft de Raad voor Herderlijke zorg zich ermee bemoeid en dat was ook de reden dat dhr. Vossers hier in Vaassen gelukkig een eigen wijk kreeg. De aangekochte pastorie aan de Apeldoornseweg was op dat moment nog niet vrij en het gezin Vossers kreeg tijdelijk onderdak aan de Julianalaan 7. Daar bij Aartje Jonker verbleef het gezin ongeveer 3 maanden. Er waren 2 kinderen, Marijke van 9 en Gert van 6 jaar. Daarna gingen zij de pastorie bewonen en dat bleek al gauw een “open pastorie” te zijn. Na een paar keer door de voordeur naar binnen te zijn gelaten, ging ik al snel achterom. Dat was altijd goed. Soms was er op dat moment niemand in de kamer te vinden en ging ik maar in een stoel zitten wachten tot er iemand  te voorschijn kwam.

Ds. L.J.R. Kalmijn

In de kerkenraadsvergadering van 15 december 1957 heet de voorzit­ter, ds. Kalmijn, dhr. Vossers hartelijk welkom. Het is voor hem verheugend dat hij nu een volwaardige hulp naast zich heeft en ieder een eigen wijk. Dat ook het ziekenbezoek in de zieken­huizen gezamenlijk gedaan kan worden is voor hem een hele verlichting. Na jaren van zoeken is dan nu eindelijk de oplos­sing gekomen.

In deze vergadering wordt nog een belangrijk punt aan de orde gesteld met verstrekkende gevolgen. De voorzitter brengt verslag uit van een vergadering van Diaconieën van de Hervormde gemeenten Vaassen, Emst, Epe en Oene en die van de Gereformeerde kerken van Epe en Vaassen, om te komen tot het oprichten van een Protestants Christelijke stichting voor Gezinsverzorging in de Gemeente Epe. Uitgangspunt van de stichting zal zijn de gehoorzaamheid aan het gebod van Christus, gegeven in Mattheus 22. Maar omdat de kerken hierover niet gezamenlijk tot een vergelijk kunnen komen, besluit de Hervormde Diaconie van Vaassen zelfstandig tot de oprichting over te gaan. Mevrouw Vossers zal de leiding op zich nemen en er is al een ervaren kracht gevonden als gezins­verzorgster. De personeelschef van de N.V. Industrie heeft de toezegging gedaan om bij de fabrieksraad voor te stellen de bedragen van de betrokkenen tot 50% aan te vullen van de totale kosten. Voor de verdere afwikkeling zal men contact opnemen met de adviseur van het Hervormd diaconaal maatschappe­lijk werk in Gelderland. Zie hier hoe een klein dorp groot kan zijn.

In januari 1958 worden de tarieven van de lijkwagen weer eens herzien. Eerste klasse wordt f. 32,50. Tweede klasse f. 27,50 en derde klasse f. 25,-.
De inkomsten in het lijkwagenfonds zijn f. 827,- en de uitgaven f. 528,51. Er is dus nu een saldo van f. 298,49.

Ook worden op deze vergadering door dhr. Vossers, die een vergadering van de stichting bejaardencentrum heeft bezocht, plattegronden aangeboden, waarop duidelijk te zien dat de diaconiewoningen wel moeten verdwijnen, zoals ook al eerder is besproken. Door die bouw zal ook de tuin van Café-restaurant Biesterbosch “De drie flesjes”, in de Achterhoek, groten­deels worden opgeslokt. De heer Biesterbosch is wel bereid dit af te staan maar om toch ruimte te hebben wil hij dan het huis van de diaconie kopen waar de familie van den Berg in woont. Hoe de voorzitter aan de naam “de drie flesjes” komt is mij niet duidelijk, ik heb althans nooit van die naam gehoord.

In februari 1958 doet Dhr. Zweekhorst zijn entree als ouderling in de kerkenraad.

Nog een belangrijk bericht in de kerkenraadsvergadering. Dhr. Vossers deelt mee dat er in de jeugdcommissie voorgesteld is om aan alle Hervormden een gestencild blaadje te verstrekken met allerlei gegevens over de Hervormde Gemeente Vaassen en het kerkenwerk. Dit plan wordt met vreugde begroet en zal verstrekkende gevol­gen hebben. Het is namelijk het begin van de verschijning van het kerkblad “Hervormd Vaassen”. Het eerste blaadje is bij ons thuis, toen nog Apeldoornseweg 50a, gestencild. Het was een oude machine waar dit op moest gebeu­ren. Een trommel waar de inkt met een borstel ingesmeerd moest worden. Ook het typen en het tekenen van de stencils was een heel moeilijk karwei. In april 1958 komt het eerste nummer uit met de naam “DE WEGWIJZER”. Het omslagje werd gedrukt wat wel wat netter was. Deze eerste wegwijzer verschafte allerlei informatie betreffende de Hervormde Gemeente en over enkele organisaties en verenigingen. In zijn voorwoord schrijft Ds. Kalmijn tot slot: “Moge onder Gods zegen het medewerken tot verster­king van het kerkelijk en godsdienstig leven in onze gemeen­te” . En nog heden te dage wordt Hervormd Vaassen, zoals het nu heet, in vele gezinnen gaarne ontvangen en gelezen.

 

07 Kerkvisitatie

Af en toe duiken er voor mij onbekende namen op in de ver­slagen van de kerkenraad. Zo bijvoorbeeld een zekere Jan Jager. Bij  navraag, was hij voor zover bekend, een arbeider bij de familie Booy in het Vaassense Broek. Later is hij ziek geworden en heeft in een tentje gelegen. Is op kosten van de Diaconie verpleegd en op 68-jarige leeftijd overleden in een rust- en verpleeghuis te Varsseveld in 1953.

Vele malen lezen we van het diaconiehuis je aan de Jonas­weg. Het is in slechte staat en de Diaconie wil het graag verkopen. In 1953 wordt het door schilder Brasjen nog wat opgeknapt en er wordt aan de Provinciale Diaconale raad gevraagd het te mogen verkopen. En dat gebeurt uiteindelijk. In oktober wordt het aan de bewoner (fam. Ten Hove) verkocht voor f. 3.300,- en heeft de Diaconie een zorg minder.

Om de vijf jaar krijgt de kerkenraad bezoek van de kerkvisi­tatoren. Dit is meestal een predikant en een ouderling uit de classis. Zij komen informeren naar de gang van zaken in de gemeente. Dus een soort huisbezoek aan de kerkenraad. Ook gemeenteleden en groepen hebben de gelegenheid om met de kerkvisitatoren te spreken. Zo ook in 1953. Bij die gelegen­heid komt het bestuur van de Hervormde Evangelisatie op Gereformeerde Grondslag aan de Kosterstraat en ook de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden aan de Deventer­straat hun opwachting maken. Op verzoek van de kerkvisitatoren zullen er gesprekken met beide groepen worden gehouden.

Het eerste gesprek heeft plaats op 3 november 1953, met de eerst genoemde groep en op 10 november met de tweede. Er worden echter geen resultaten tot toenadering geboekt. Ook in latere jaren zullen er gesprekken volgen maar ook dan geen aanwijsbare successen. Zo zie je maar weer, dat was toen en nu nog niet zo veel beter. Het aantal ouderlingen bestaat al vele jaren uit vier personen, in ons dorp dus uit mannen. Het werk wordt echter steeds meer en Vaassen breidt zich uit. Het ouderlingen team wordt uitgebreid met twee. De nieuw benoemde ouderlingen zijn E.H. van de Mark en H. Kers van de Poelweg.

De morgendiensten worden goed bezocht, dat komt mede door het verblijf van vele vakantiegangers in Vaassen, die hier op zondag de kerk bezoeken. Hoe dan ook, er wordt besloten om met ingang van 15 mei 1954 twee morgendiensten te houden. De eerste om 8.30 uur en de tweede 10.00 uur. Dat is voor ds. Kal­mijn natuurlijk een hele belasting, daarom zullen er voor de avonddiensten predikanten van elders worden gevraagd. Ook de ouderlingen hebben wisselende diensten. Ook de avonddiensten worden goed bezocht en er wordt besloten om in deze avonddien­sten ook predikanten van de Gereformeerde Bond te laten voorgaan. Als vergoeding wordt gegeven: voor twee morgendiensten f. 20,­- en voor een  avonddienst f. 12.50 + reiskosten.

In het gebouw aan de Kosterstraat worden ook steeds diensten gehouden en men neemt aan dat, als er ‘s avonds in onze kerk een predikant van de Gereformeerde Bond voorgaat, dat er dan geen dienst is in het gebouw. Of deze regeling een voortvloeisel is van de al eerder genoemde gesprekken is mij niet duidelijk, maar het kan zeer goed. Als echter in onze kerk ds. Van Niel uit Nunspeet voorgaat, is er toch een dienst in het gebouw met ds. Lamens uit Elspeet en dat is dan een teleurstelling. ds. Kalmijn zegt tegen de teleurgestelde ds. Van Niel: “Je bent te licht man!” Dit met goed bedoelde spot.

Het dorp Vaassen is nu natuurlijk veel groter dan in 1954, maar het aantal catechisanten was veel groter dan tegen­woordig. Ook zo het aantal dopelingen. In 1954 werden er 73 kinderen gedoopt tegen 24 in 1993. Ook het aantal trouwerijen was denk ik in die tijd veel groter en ds. Kalmijn had geen of in elk geval veel minder vrije dagen dan momenteel het geval is.

In de vergadering van juli 1954 neemt ouderling Brouwer af­scheid van de kerkenraad, hij is gekozen tot president-kerkvoogd. Deze functie heeft hij jaren lang vervuld. Hij was een markant figuur die heel veel voor de Hervormde Gemeente van Vaassen heeft gedaan. In zijn vacature wordt dhr. D. Bakker gekozen. Ouderling Bakker was bij de politie en heeft veel interesse voor de geschiedenis van Vaassen en omgeving. Hij heeft hier­over een paar leuke boekjes uitgegeven.

Tegenwoordig wordt het ledenbestand bijgehouden door de SMRA. In 1954 moest dit allemaal handmatig worden bijgehouden. Er was wel een kaartsysteem, maar deze was niet zo heel goed bijgehouden. Men weet niet precies hoeveel Hervormden er in Vaassen wonen. Het is een euvel wat al vele jaren duurt. Dhr De Jonge krijgt opdracht straat voor straat de hervormden op te sporen. Of dat lukte,…ik betwijfel het.

In de middagdienst wordt er gedoopt. Men vindt echter dat dit beter in de morgendienst kan gebeuren. Het sacrament verdient meer belangstelling en daarom is het beter te dopen in een goed bezette morgendienst. Het wordt met algemene stem­men aangenomen en tot heden is het altijd zo gebleven. De middagdienst vervalt vanaf dat moment en het wordt nu een avonddienst.

Ds. L.J.R. Kalmijn

In het dorp Vaassen is inmiddels waterlei­ding, maar dit is nog niet in alle huizen aangesloten. Sommige mensen hebben een goede pomp en geven daar de voorkeur aan. In de notulen van 7 juli 1955 schrijft ds. Kalmijn: “Tenslotte komt de waterleiding in het huis aan de Torenstraat ter spra­ke. De bewoner heeft zich bekeerd van de dwaling zijns weegs en prefereert nu waterleiding in plaats van pompwater. Dit waterige onderwerp is het laatste punt van de agenda.” aldus ds. Kalmijn.

Het punt van een hulpprediker is nog steeds niet geheel opge­lost. Men constateert dat dhr. De Jonge, als die 70 jaar wordt zijn hulppredikerschap wil beëindigen. Er zullen toch een keer gelden gezocht moeten worden om een goede financiële basis te vormen voor het aantrekken van een hulpprediker.

Diaken van ’t Einde stelt zich niet meer verkiesbaar, in zijn plaats wordt gekozen Broeder J. Seffinga. In de vergadering van februari 1956 vraagt ouderling Bakker om ter verdieping van het historisch-kerkelijk besef van de plaatselijke gemeente en ter opluistering en verfraaiing van ons kerkgebouw een predikantenwandbord aan te brengen. Dat was een goed voorstel en in veel kerken is zulk een bord te bewonderen, soms zelfs zeer oude en waardevol­le. Maar het is een zeer kostbare gebeurtenis en er is geen geld voor. Tot op heden is er nog niet van gekomen. Zelf heb ik wel voor een klein lijstje gezorgd, zodat toch iets in die richting te zien is. Tevens hangen er in de consistoriekamer ook de foto’ s van veel predikanten. Jammer dat er in de kerk niet een goede plek voor is. Nu kunnen maar weinig mensen van deze foto’s “genieten”. Misschien wordt er in Vaassen nog eens een handwerksman gevonden die een dergelijk kunstwerk kan maken. Het zou onze sobere kerk wat opluistering geven.

Tot groot genoegen hoort de kerkenraad in maart 1956 dat voor een eventueel aan te stellen hulpprediker een huis is aangekocht. Het is pand Apeldoornseweg 16. Zo, het begin is er. Echter een gezonde financiële basis voor het salaris ontbreekt nog, maar het gaat in de goede richting.

Al eerder heb ik het gehad over de ingebouwde kluis in de consistoriekamer. Door dat er toen nog geen ontluchting in was kon men de kluis soms niet los krijgen door de zuigkracht. Ds. Kalmijn schrijft in de notulen van 2 mei 1956 het volgende:

“Voor de vergadering wordt eerst de brandkast geopend om de daarin opgeborgen collectes te tellen. Het openen van de brandkast is tegenwoordig geen sinecure en herinnert de kerkenraad iedere zondag, voor en na de preek, er stilzwijgend aan,  dat eendracht macht maakt”. “Immer zit de deur zo halsstarrig vast geklemd, dat deze op normale wijze niet meer is los te krijgen”. “Daartoe is en touw aangeschaft, sterker dan de zeven ze­len, waarmee Delila indertijd Simson bond. Nadat dit ijzerster­ke vlechtwerk om knop en handvat is aangebracht, scharen zich vier tot zes kerkenraadsleden zich als ganzen op een rij achter elkaar, grijpen het touw, zetten zich met gekromde ruggen schrap, waarna de oudste ouderling in jaren het commando geeft. ­Met het gevolg dat de deur meestal in één keer open vliegt. Als het mislukt, blijkt er niet gelijktijdig getrokken te zijn. Deze telkens herhaalde manoeuvre, is een preek zonder woorden om ons eendracht en discipline te leren”. Tot zover ds. Kalmijn.

In de brandkast blijkt ditmaal opgeborgen, voor de diaconie: f. 257,84 en voor de inwendige zending f. 58,56 en nog eens f. 70,20. Dus alle moeite is niet tevergeefs.

 

06 Invoering van de bundel 1938

In de oorlogsjaren zijn er zinken muntjes ingevoerd voor centen, dubbeltjes en
kwartjes. Bij het tellen van een collecte op 15 november 1950 wordt meegedeeld dat deze zinken muntjes niet meer in omloop mogen zijn.
De kerkenraad ondergaat weer een wijziging. De broeders Herm. Kleiboer
en J. van Laar stellen zich niet meer herkiesbaar en in hun plaatsen worden
gekozen Hendr. Kleiboer en G. van ’t Einde resp. als ouderling en diaken.
Ouderlingen zijn nu: G. Pol, R. Smit. J. Brouwer en Hk. Kleiboer.
De diakenen zijn: G. Beekhuis. W. Vosselman, J. Heering en G. van ’t Einde.

In verband met de nieuwe kerkorde wordt ook de nieuwe psal­men en
gezangenbundel ingevoerd. De zogenaamde bundel 1938. Er zal voortaan tevens
ritmisch worden gezongen. Er wordt besloten vooraf enkele oefenzangavonden
te houden. De zangverenigingen zijn bereid hieraan hun medewerking te
geven. Vooral dit ritmisch zingen geeft nogal wat deining in de gemeente en na
vergeefs gepoogd te hebben dit te verhinderen, gaan enkele kerkgangers elders
ter kerke. Het is altijd jammer dat mensen om m.i. “bijkomstigheden” de kerk
verlaten. Maar gelukkig blijven ze in elk geval naar de kerk gaan. Na enige tijd
zo gezongen te hebben keert de rust in de gemeente terug en gaat alles weer
over tot de orde van de dag.

Dhr. De Jonge bevalt het goed in Vaassen en geeft te kennen dat hij ook na zijn pensionering hier wel wil blijven werken.

Was het in het verleden zo dat, als je eenmaal in de kerkenraad was
gekozen, dat je kon blijven zitten totdat je het zelf genoeg vond. De nieuwe kerkorde maakte hieraan een einde. Deze bepaalde dat er een termijn gesteld werd en dat je dan aftredend was. Er werd in een vergadering in 1951 door loting bepaald wie aftredend was en in welk jaar. Het resultaat was dat in 1951 diaken Van ’t Einde, in 1952
ouderling Kleiboer, in 1953 ouderling Brouwer en diaken Heering en in 1954 ouderling Smit en diaken Beekhuis en tenslotte in 1955 ouderling Pol en diaken Vosselman. Dit systeem van aftreden werkt nog steeds en is volgens mij een goede zaak.

Ds. L.J.R. Kalmijn

Ds. Kalmijn is nog steeds dienstdoende als legerpredikant. Hij meldt dat de diensttijd voor hem met 6 maanden is verlengd. De kerkenraad is hier echter
niet zo blij mee en spreekt de wens uit dat de dominee in oktober toch weer zijn werk in de ge­meente zal oppakken. Het winterwerk wacht weer.

Op 2 mei 1951 heeft de zes jaarlijkse stemming plaats. De gemeente moet beslissen, hoe de verkiezing van kerkenraads-leden zal plaatsvinden. De dominee houdt een inleiding en legt het hoe en waarom uit. Hij adviseert om de verkiezing door de lidmaten te laten  plaats-vinden. En zo gebeurt het
ook en zo is het nog steeds. Of toen de gemeenteleden massaal met namen van kandidaten kwamen vermeldt de schrijver niet, maar nu in elk geval niet. De gemeenteleden laten het er nu naar mijn mening bij zitten. Bij de hedendaagse verkiezingen komen ook niet veel leden opdagen. Toen waren het er 112, een mooi groot aantal. Ouderling Pol die dus in 1955 aftredend is wil er nu toch liever mee stoppen. Hij heeft denk ik zo’n twintig jaar in de kerkenraad gezeten en is een van de ouderlingen die bij ons vroeger op huisbezoek is geweest.

Als er vroegen een ouderling op huisbezoek kwam, of ze kwamen met hun beiden, dan werd er echt op gerekend dat er huisbezoek kwam. De boel was aan de kant en men ging er echt voor zitten. Er werd ook over de kerk en het geloof gesproken. Als er kinderen thuis waren werd er ook verwacht dat deze bij het gesprek aanwezig waren. Ik ben later zelf vaak op huisbezoek geweest, en als er jongelui in de kamer waren dat ze voor de televisie bleven zitten kijken en de ouders niet zo netjes waren om even de televisie uit te zetten. Maar ja, de tijden veranderen zullen we maar denken. Of het er allemaal beter op is geworden meen ik te moeten betwij­felen.

In januari zegt ouderling Pol de kerkenraad vaarwel en in zijn plaats wordt
ouderling A. Nikkels gekozen. De kerkenraad bespeurt dat er dingen in de gemeente gebeuren waarbij een vraagteken geplaatst moet worden. Bv. dansen, ook kinderen van kerkelijke ouders doen hier aan mee. En er wordt geconstateerd dat er vrouwen aan het avondmaal gaat zonder hoed op. Het avondmaal wordt gevierd met gescheiden ta­fels. Dat wil zeggen aan de eerste tafel komen de mannen, aan de tweede tafel de vrouwen. Later komt hierin verandering en we komen er dan nog op terug.

In de kerkenraad wordt wel eens wat besloten dat moeilijk uitvoerbaar is. Zo wordt in september 1952 besloten om Her­vormde paren, die echter niet in de kerk trouwen, toch een huisbijbel te schenken. Dat was een mooie gedachte, maar moeilijk uitvoerbaar en ook nog al duur. In verdere verslagen wordt er dan ook nooit meer over gesproken, hoewel het toch door iemand gedaan moest worden.
De diaconie wil graag een brandkast je voor hun geld en waardevolle papieren. Hiernaar zal worden uitgekeken. En inderdaad staat er een aanbod in de krant. “Een brandkast voor f.160,- franco thuis bezorgt”. Ik neem aan dat deze gekocht is. Deze heeft altijd bij Ds. Kalmijn in huis gestaan en staat nu in een kast in de consistoriekamer zonder gebruikt te worden. Er is nog een grote brandkast in de consistoriekamer, ingebouwd in de muur van de toren. Maar deze is erg vochtig. Er zijn wel een paar aanpassingen gedaan maar veel heeft het niet gehol­pen. Vroeger toen meester Palm de knapenvereniging nog leidde en we hadden de  bijeenkomsten in de consistoriekamer, dan opende hij de kluis om wat te luchten. Het rook er dan behoor­lijk muf en er kwam een flinke kou uit.

Zondagsschool was er niet alleen voor het dorp, vond de kerkenraad, maar ook voor de buitengebieden. Die moesten ook zondagsschool onderwijs hebben.
Op verzoek van de kerkenraad geeft de gemeente Epe toestemming om in de
Geerstraatschool zondagsschool te houden, tegen een vergoeding van f. 25,- per jaar. Aldus gebeurt. Ouderling “meester” Smit heeft hier jaren lang les gegeven samen met Corrie Rozendal en Mej. Groenewoud.

 

05 Een hulpprediker

In 1949 wordt in een vergadering tevens gedacht aan de aankoop van “Hotel de Cannenburgh” aan de Dorpsstraat naast de kerk. Samen met de kerk zou het een mooi geheel vormen voor diverse doeleinden. Helaas durft de kerkvoogdij het niet aan. Eerst moeten er middelen gevonden worden en de tijd om te beslissen is kort. Ook de middelen voor het aanstellen van een hulpprediker zijn nog niet aanwezig.

In december 1949 lezen wij dat de meisjesvereniging “Dorcas” is opgeheven. Het resterende kasbedrag f. 98,01 wordt aan de Diaconie geschonken voor een kerstattentie aan behoeftigen. De Diaconie kan best iets gebruiken want regelmatig zijn er mensen en instellingen die een beroep doen op hun kas. Dat valt niet altijd in goede aarde bij sommige leden van de kerkenraad, zoals het verzoek van de sociale dienst in de Gemeente Epe, om een bedrag van f. 7,85 als bijdrage in de onkosten van een solex voor de maatschappelijke werkster. En als dan blijkt dat deze dienst het bedrag al op de rekening van 1949 heeft geplaatst, geeft dit een zeer opgewonden stemming. Maar tenslotte betaalt men toch maar!

Elke vergadering begint nog steeds met het tellen van de collecten. Dit neemt veel tijd in beslag en het zal nog een hele tijd duren voor hier verandering in komt.

Op 22 december 1949 wordt een kerstwijding gehouden, georganiseerd door de Jeugdcommissie. Hieraan werken mee: de “Lofstem” uit Wiesel, het christelijk gemengs koor “Hosanna”, het mannenkoor “Looft den Heere” en nog een jongeliedenkoor. Hoewel de koren wellicht niet zo groot waren als heden, was het toch wel improviseren in verband met de ruimte in de kerk. Tegenwoordig is er een groot liturgisch centrum, maar door de opstelling van de banken in die tijd was er maar een kleine ruimte voor de preekstoel en stonden de koren vaak opgesteld in de hoeken achter in de kerk, wat de klank enzovoort niet ten goede kwam.

Boeiend zijn de notulen om te lezen die ds. Kalmijn schreef. Zo schrijft hij dat de rekening van de kerstviering van de Zondagschool ter tafel wordt gebracht. De inkomsten zijn f. 377,47 en de uitgaven f. 377,15, zodat het overschot zijnde f. 0,34 bij het kapitaal op het spaarbankboekje gedeponeerd kan worden. Je proeft hier zijn groot gevoel voor humor. Verder in dit verslag: “De rondvraag levert twee opmerkingen; één van de landbouwers wil schrikdraad plaatsen om een weiland (gepacht van de kerk neem ik aan). Het advies van de landbouwers-kerkenraadsleden is “niet doen”. En de vergadering luistert naar dit advies, waarmee het verzoek dus wordt afgewezen.

Op 2 april 1950 doen wij belijdenis des geloofs. De catechisatie was altijd gezellig en goed te volgen. ds. Kalmijn maakte nooit veel problemen en wij ook niet. Toch waren wij met een grote groep die toen belijdenis deed, namelijk zo`n 40 jongelui. Het kwam bij ons gewoon niet op om te zitten `klieren`. Op de aannemingsavond, waar de kerkeraad bij aanwezig was, kregen we om beurten een paar vragen, maar deze waren ons van te voren al bekend, zodat we niet in de problemen raakten. Zij die met beste bekend waren in de Bijbel en de geschiedenis, kregen de moeilijkste vragen. We hebben de catechisatie-lessen altijd met genoegen gevolgd bij ds.Kalmijn

De opbrengsten van de lijkwagen worden steeds minder. Over het jaar 1949 waren de inkomsten f. 761,- en de uitgaven f. 582,46. Van het saldo wordt f.150,- bij het kapitaal gevoegd en de rest is kasgeld.
Tegenwoordig is iedere begrafenis vanuit een aula van de een of andere uitvaartonderneming. Vroeger was dat meestal vanuit het huis van de overledene. De uitvaart werd veelal geregeld door de familie en de buren. Er was wel een ”aanspreker” op het dorp. Vaak een timmerman die ook de kist vervaardigde. In Vaassen was dat in die tijd Jan van Laar. Hij woonde aan de Kerkweg en had daar een kleine timmerwerkplaats. Mijn moeder heeft hem vaak geholpen met afleggen, opbaren en later bij de begrafenis het koffie schenken. Later was het koster Van de Vlekkert die dit werk deed en ook hem hielp mijn moeder wel eens.

Ds. Kalmijn is nog steeds niet opgeroepen als legerpredi­kant, maar dat kan nu ieder ogenblik gebeuren. Dit volgens de notulen van 10 maart 1950. Toen het dan ook eenmaal zover was, was ds. Kalmijn ook bijzonder trots op zijn uniform en het moet gezegd worden, het stond hem ook bijzonder goed.

In de vergadering van 8 mei 1950 wordt er nog eens over een hulpprediker gesproken. Er wordt nu besloten een advertentie te plaatsen in de “Hervormde Kerk”. Er wordt gezocht naar iemand die in het bezit is van de akte Godsdienstonderwijs of een emeri­tus predikant. Er melden zich 60 personen.
Er zijn twee zaken aan de orde. Er moet op korte termijn en op langere termijn een oplossing gevonden worden. Op korte termijn kan de heer De Jonge uit Terwolde benoemd wor­den, maar op langere termijn moet de kerkvoogdij een oplossing zien te vinden en er de financiën voor vrij maken.

Uit de lijst van sollicitanten wordt ook de naam genoemd van ds. Quéré. Deze dominee staat in Numansdorp. Hij is geboren op 6 oktober 1884 en is emeritus. Op dat ogenblik kan hij echter niet naar Vaassen komen, maar gaat als hulp in het pastoraat naar Helenaveen in Noord-Brabant. Later komt hij toch nog naar Vaassen. Niet als hulpprediker, maar als bewoner van de boven­verdieping van de pastorie aan de Dorpsstraat, bij ds. Kalmijn. Na een jaar verhuizen ze echter al weer naar Apeldoorn. Ds. Quéré kende deze omgeving want hij heeft ook in Emst en Nijbroek gestaan. Hij is overleden op 10 mei 1969. Hun zoon woont nog steeds in Vaassen en hun kleinzoon heeft in verband met vijftig jaar bevrijding van Vaassen een boek geschre­ven: “En de dorpsklok luidde weer”. En dat was onze dorpsklok. En zo zie je maar weer.

De kerkvoogdij heeft nog geen geld voor een hulpprediker. Wel is er geld voor een rijwiel met hulpmotor voor de dominee, zo­dat hij wat sneller door Vaassen kan toeren en de heer De Jonge kan de catechisaties op de scholen blijven doen. Daarmee is echter de kwestie van een hulpprediker niet opge­lost en er zal toch iets moeten gebeuren. Al in de vergadering van 10 juli komt het weer ter sprake en de notulist schrijft: “Het is half twaalf als de kwestie van een hulpprediker nog eens ter tafel komt. “Door rook en damp zijn de geesten niet meer zo helder, daarom zal deze zaak nog eens op een extra vergadering besproken worden.” Voorlopig dus even op een zijspoor.

De Diaconiewoningen aan de Kerkweg moeten afgeschilderd worden, de kosten zijn f. 450,-. Ook heeft de Diaconie nog een huisje aan de Jonasweg en volgens de notulen vanaf 1832 be­doeld als “armhuis”. De Diaconie weet niet precies hoe ze aan dit huisje is gekomen. Maar zij denkt er over om het te verko­pen. Hoewel dit huisje steeds veel reparaties met zich mee brengt gaat de classis niet akkoord met de verkoop.

En dan in eens is er schot in de benoeming van een hulp­prediker. In de vergadering van 22 augustus 1950 wordt de Eerwaarde heer W.G. de Jonge uit Terwolde benoemd als hulpprediker gedurende de diensttijd van ds. Kalmijn. Zijn taak zal zijn het houden van catechisatie op de scholen, zieken bezoeken, het bezoeken van ouden van dagen en het leiden van begrafenis­sen. Omdat het werk meestal per fiets moet gebeuren, krijgt hij bij slecht weer in de winter autokosten vergoeding. En voor zijn fiets met hulpmotor, benzinevergoeding.

Ik mocht meestal wel graag naar de preken van “meneer De Jonge” luisteren. Hij preekte bijna geheel uit zijn hoofd en vrij eenvoudig. Hij wilde ook altijd graag weten hoe de mensen op zijn preken reageerden. Vaak kwam hij in de week bij mijn moeder en vroeg dan of ze iets aan zijn preek had gehad. Zo ontspon dan vaak een gesprek over de preek. De heer De Jonge woonde met zijn vrouw aan de Kerkweg. Zijn vrouw was naar ik mij herinner wat ziekelijk. Hij heeft heel veel bezoekjes afgelegd en ik denk dat hij vooral bij de ouderen goed stond aangeschreven.

 

04 Maatschappelijke betrokkenheid

Ook de andere buitenwijk (ten oosten van Vaassen) heeft de aandacht. Er wordt gedacht om er een zondagsschool te beginnen “vanwege de geringe Bijbelkennis op de openbare lagereschool aldaar”. Hier wordt de school in de Geerstraat mee bedoeld.
Ook het peil in onze eigen dorpsgemeente wordt trouwens niet zo hoog aangeslagen. Op een vraag van de administratie van het “weekblad de Hervormde Kerk” om te proberen in Vaassen meer lezers te winnen, antwoord de kerkenraad: “Hier is een geringe leeslust en de inhoud gaat vaak boven het bevattingsvermogen van de doorsnee lezer”.
Maar het laat de kerkenraad echt niet koud wat er zoal in het dorp gebeurd. Dat blijkt, wanneer het Vaassen FanfareCorps er over denkt om te veranderen in een harmonieorkest en daarom een kermis tijdens de Pinksterdagen wil houden, komt de kerkenraad hier tegen in verweer. Zij wil de burgemeester verzoeken dit niet toe te staat tijdens de Pinksterdagen. Dat was in 1947.

De jeugdraad was ook anti-kermis, want in 1946 hebben zij een onderhoud met de Oranjecommissie. Dit onderhoud vindt plaats in Hotel de Valk. De Oranjecommissie is namelijk van plan om tijdens de bevrijdingsfeesten een kermis te houden. De jeugd­raad is hier op tegen. De commissie hoort de uitleg van de jeugdraad aan, maar het wordt niet overgenomen. En toch, zo schrijft de notulist, 5 mei zal een feestdag zijn zonder kermis. En zo zie je maar weer.

Broeder de Wilde verlaat de kerkenraad wegens vertrek naar Apel­doorn, in zijn plaats wordt gekozen broeder J. van Laar.

Tegenwoordig wordt er veel gecollecteerd voor allerlei doel­einden. Dat was echter ook na de oorlog het geval. Veel kerken waren door het oorlogsgeweld verwoest of zwaar beschadigd en moesten weer opgebouwd worden. Hiervoor werden in de kerken collecten gehouden. Zo werd ook in 1947 voor de opbouw van de kerk in Ochten in de Betuwe een collecte gehouden. De opbrengst mocht er zijn. Er wordt f. 2.534.05 opgehaald. Zowaar een fors bedrag voor die tijd.

Ons dorp is nog niet zo groot en één predikant en 4 ouderlin­gen moeten de Hervormde gemeente bewerken. Dat gebeurt meestal op de fiets. Herhaaldelijk blijft ds. Kal­mijn dan ook bij een gezin eten als hij over het kanaal (hij noemt dat het Overjordaanse) de gezinnen bezoekt. De afstand is te groot voor hem om tussen de middag even naar huis te fietsen. Voor één predikant is het aantal Hervormde zielen voor die tijd niet gering. Als de kiezerslijst in 1947 wordt opgemaakt blijken er 695 mannelijke en 700 vrouwelijke lidma­ten te zijn. Het aantal Hervormde zielen is 2.500.

In 1920 telt de Herv. Gemeente in Vaassen 1.600 zielen. In 1923 zijn er dat 2.000 en in 1938 al 2.300. Vaassen groeit dus nog steeds. In de jaren na de oorlog doen veel jongeren belijdenis des geloofs. In 1947 zijn er dat maar liefs 51, verdeeld over 2 catechisaties. In 1938 zijn dat toch nog 36 jonge mensen die belijdenis doen. Er wordt besloten om de belijdeniscatechisa­tie als een tweejarige cursus te houden voor jongens en meisjes van 19 jaar en ouder. Dit alles verzorgt door 1 predi­kant, dat is niet mis. Kom daar nu eens om!

Steeds beginnen de kerkenraadsvergaderingen met het tellen van de collecten. De opbrengst in de maand juli 1948 is: voor de Diaconie f. 134,58, voor de inwendige zending f. 55,28, voor Zonnegloren f. 88,95 en voor kinderzorg f. 59,95, totaal dus f 338,76.

Hierbij enkele collecten uit vroegere jaren:

  • Zondag 29 april 1855:
    In de morgendienst f. 5,15 en in de middagdienst f. 2,30.
    De predikant was ds. Nijhof.
  • Zondag 21 maart 1858:
    In de morgendienst f. 7,25 en ’s middags f. 3,05.
    De predikant was ds. Nonhebel.
  • In de maand augustus 1894: f.14,70.
    De predikant was toen ds. Lucas.
  • In de maanden mei en juni 1907: f.57,58.
    De predi­kant was ds. Geselschap. Zie hier een blik in het verleden.

De Diaconie stond toen en staat nu nog voor de hulp aan diverse personen die in moeilijkheden zijn. In de jaren na de oorlog deden veel mensen een beroep op de Diaconie. Vaak was hier jarenlange hulp nodig voor bijvoorbeeld mensen die opgenomen waren in instellingen zoals een sanatorium. Ook kinderen in pleeggezinnen waren een voortdurende zorg voor de Diaconie en de kerkenraad. Heel vaak brengt de kerk hulp in natura bij gezinnen waar hulp nodig is. Die hulp bestaat vaak uit het bezorgen van brandstof in de vorm van kolen en turf. Ook wordt wekelijkse geldelijke steun gegeven, of een plaatselijke krui­denier brengt boodschappen die dan weer door de Diaconie worden betaald.

De Diaconie was ook in het bezit van een lijkwagen. De zorg voor deze wagen en voor alles er om heen was ook voor de Diaconie. Steeds is er weer wat nodig. Dan moeten de dekkleden van de paarden aangeschaft worden voor f. 260,- per stuk, dan weer jassen voor de dragers. Of er is weer een reparatie aan het koetswerk. Daardoor moeten af en toe de tarieven bijge­steld worden bijvoorbeeld:

  • 1e klasse begrafenis, dragers met tressen kost f. 32,50;
  • 2e klasse begrafenis, dragers met tressen kost f. 27,50;
  • 3e  klasse begrafenis, dragers zonder tressen kost f. 22,50

De huur van de lijkwagen zonder dragers is f. 20,-. In een dergelijk geval dragen meestal de buren of de familie.
Het huisje waar de lijkwagen in stond, stond op de plaats waar nu “de Rank” is. We speelden daar heel veel in de buurt en als dan de lijkwagen ‘uitrukte’ was dat voor ons een hele beleve­nis. Het was een angstig gezicht als de paarden ingespannen werden en de zwarte dekkleden er over gingen, met de zwarte kappen over hun hoofden. Koetsier was de heer Brummelkamp van de Stationsstraat. Bij een 1e klas begrafenis droeg hij een steek.
Later is de lijkwagen verkocht. Ik kom daar nog wel op terug

Weer naar de kerkenraad. In 1949 komt ‘meester’ Smit van de Julianalaan in de kerkenraad als ouderling. Deze zal jarenlang dienst doen, evenals broeder Heering als diaken. Ds. Kalmijn krijgt het verzoek zich als legerpredikant beschikbaar te stellen. Dat geeft veel stof tot besprekingen, want er zal dan voor een vervanger gezorgd moeten worden. Ds. Groenewoud is bereid de bejaarden en zieken te bezoeken en ook begrafenissen te lei­den. Hij wil ook wel huwelijken inzegenen. Hij zal het westelijk deel van Vaassen voor zijn rekening nemen en ds. Lindenburg uit Nijbroek zorgt voor het oostelijk deel. Deze zal tevens de catechisaties op zich nemen samen met de Eerwaarde heer De Jonge uit Ter­wolde.

Het is misschien hier de plaats om iets meer te vertellen over ds. Groenewoud. Hij werd geboren op 5 augustus 1871 te Harlin­gen. Na zijn studie werd hij bevestigd en deed zijn intrede in Vriezenveen. Het leek hem niet verstandig om na zijn emeritaat daar te blijven wonen en zocht een andere woonplaats. In Vaassen kwam een huis vrij na het overlijden van Mevrouw Voor­horst. Haar dochter woonde en werkte in Hattem. Daar stond in die tijd ds. Israëls. Deze dominee was bevriend met ds. Groene­woud en via ds. Israëls en de dochter van Mevrouw Voorhorst kwam ds. Groenewoud met zijn vrouw en dochter in Vaassen te wonen. Dat was op 6 aug.1942, in de oorlogsjaren dus. Het gezin kwam te wonen aan de Apeldoornseweg in het huis -de Sukerbrink-.
In 1943 dreigden de Duitsers het huis te vorderen. Ds. Groenewoud werd tot hulpprediker benoemd voor een jaar. Hij had nu een baan en zo kon hij blijven wonen. Later werd de benoeming met nog een jaar verlengd. Het was wel een onbezoldigd baantje. In 1944 werd hij benoemd tot ouderling. Ik kan mij hem nog heel goed herinneren. Hun dochter Dirkje, oor­spronkelijk werkzaam in de verpleging, kwam in Vaassen bij het kleuteronderwijs. Zij heeft heel veel gedaan in het kerkelijk jeugdwerk hier ter plaatse. Tevens als leidster van een meisjesvereniging en in de jeugdcommissie. Ds. Groenewoud is hier na een lang en werkzaam leven in 1966 overleden en begraven. Op de Eerwaarde heer De Jonge komen we later nog terug.

In oktober 1949 kreeg ds. Kalmijn een beroep naar Ommen. Hij bedankte echter hiervoor. In Ommen vergaten ze Vaassen niet want in 1972 hebben ze meer succes, dan neemt ds. Rietberg het beroep naar Ommen wel aan. Zo zie je maar weer. Naar aanleiding van het afgewezen beroep van ds. Kalmijn is er een bespreking tussen kerkvoogdij en kerkenraad om te komen tot een bijstand in het pastoraat.

 

03 De inrichting van de oude kerk

Interieur en liturgisch centrum voor 1962

Toen ds. Van Deelen vertrok werd door de kerkenraad naarstig naar een andere predikant gezocht. In die tijd stond de kansel nog tegen de zuidge­vel, tussen de beide middelste ramen. De banken stonden er in een halve cirkel omheen. De eerste banken waren voor de kerkenraadsleden. Vanaf de kansel gezien: links de vier diakenen en rechts de vier ouderlingen, allen natuurlijk mannen. Dikke kerkenraadbijbels sierden de banken. Heel indrukwekkend. Een eindje achter hen was de bank voor het gezin van de predikant, met daarachter de bank voor de notabelen en de kerkvoogden. En zo hoort het, orde moet er zijn.
De ruimte voor de preekstoel was niet groot. Met het avondmaal was er niet zo veel ruimte. Ook voor de medewerking van een koor was alles erg krap.
De meeste banken, ofwel zitplaatsen, waren verhuurd. Dat lever­de de kerk een mooi bedrag op. In 1945 was dat bijvoorbeeld een bedrag van f. 2.283,50, een fors bedrag voor die tijd. Wij hadden ook een gehuurde zitplaats. Als het druk was, dan moest je wel op tijd komen, maar je was verzekerd van een plaats. Later werd er een lampje aan de kansel aangebracht en een paar minuten voor de aanvang van de dienst ging deze branden en daarna waren alle zitplaatsen vrij. De achterste banken waren de z.g. vrije zitplaatsen. Daar zaten dan ook meestal de jongelui.

De ouderlingen in deze vacaturetijd waren: Ds. O. Groenewoud, H. Kleiboer, G. Pol en J. Brouwer.
De diakenen waren: G. Beek­huis, H.J. de Wilde, H. Kers en W. Vosselman.
Kerkvoogden en notabelen ga ik hier niet vermelden. De be­schrijving van de kerkvoogdij voert mij te ver. Graag wil ik mij beperken tot het meer “geestelijk” gebeuren in de kerk.

De kerkenraad zet het beroepingswerk in gang. Op 28 oktober 1945 neemt Ds. Van Deelen afscheid en zijn laatste kerkenraads­vergadering is op 26 oktober. De predikant was in die tijd altijd de voorzitter van de kerkenraad en tevens notulist. Er is wel een ouderling-scriba, maar die zet alleen maar zijn naam, na het voorlezen van de notulen, in het dikke boek waarin de notulen werden geschreven.
Het was zo de gewoonte dat voor de aanvang van de kerkenraad­vergadering de collecten van de afgelopen maand werden geteld. Af en toe zal ik een paar bedragen vermelden. Bij het lezen van de notulen valt het op dat de diaconale zaken een groot gedeelte van de vergadering vullen. Voor de ouderlingen lijkt dat misschien niet zo interessant, maar dat is schijn. Ik denk dat het juist heel goed is dat de ouderling weet wat de socia­le noden zijn in de gemeente. Dat was in de oorlogsjaren en zeker in de jaren daarna nog veelvuldig het geval.
Later kwamen de sociale wetten die moesten zorgen voor verbe­tering in vaak armoedige situaties. Met het werk van de diaconie kwam ik ook al vroeg in aanraking.

In 1932 woonden we nog in Gortel en in dat jaar overleed mijn vader. Wij woonden aan de Oranjeweg, in een huis van de Koninklijke Houtvesterijen. Mijn vader werkte daar o.a. als timmerman. Na het overlijden van mijn vader moesten wij het huis verlaten. In Gortel zelf was niets te huur, dus zocht mijn moeder in Vaassen een woning. Ze was nu weduwe zonder inkomen en het pensioen was maar matig, dus de huur mocht niet te veel zijn. In Gortel was er erfhuis gehouden en de opbrengst was niet hoog. Het bedroeg f. 245,75. De begrafeniskosten, f. 150,-, zijn uit deze boedel betaald. Het was dus geen bedrag om hoge sprongen mee te maken.
Er was een huis vrij aan de Kerkweg no. G 73. Het behoorde toe aan de Diaconie en het was in de volksmond “het armhuis”. Niet omdat de mensen die er in woonden nu direct arm waren, maar het was een huis van de Diaconie, van de armenzorg, dus armhuis. Hoe dan ook, voor ons geen bezwaar, we woonden er goed en niet duur en daar ging het om. Het was een blok van vier wonin­gen en toen wij er kwamen wonen waren de andere bewoners: naast ons woonde Frits Krijgsman, de vader van Jan Krijgsman die jaren lang schilder was en deze woonde ook aan de Kerkweg, daarnaast woonde Anna Goudkuil, een wat excentrieke vrouw en daarnaast dus aan het andere kant van het blok de familie Kamp­huis. Dit waren heel gezellige mensen, waar ik de fijnste herin­neringen aan heb.

Ds. L.J.R. Kalmijn

Terug naar het beroepingswerk in de vacature van ds. Van Dee­len.
In de vergadering van 24 januari 1946 werd een beroepingsbrief voorgelezen en daaruit blijkt dat ds. L.J.R. Kalmijn uit Woerden naar Vaassen komt. Dat zal, zo blijkt uit de notulen van de volgende vergadering, in april plaatsvinden. Tot vreugde van de Hervormde gemeente van Vaassen wordt op 14 april 1946, ds. Kalmijn bevestigd door ds. Burgersdijk uit Hattem. De tekst voor de bevestiging was Johannes 10:11 “Ik ben de goede Herder”.
’s Middags doet ds. Kalmijn zijn intrede met de tekst uit Lucas 23:34, “Vader vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen”. Mooie woordspeling!

Pastorie aan de Dorpsstraat.

De toen 46 jarige predikant trekt met zijn vrouw Antoinette in de pastorie aan de Dorpsstraat. Later is deze voorname pastorie afgebroken en is er een bank gebouwd. Daarna werd het politiebureau. Dat is ook weer opgeheven. Alles verleden tijd.
Al de volgende dag is er een kerkenraadsvergadering waarin afscheid word genomen van ds. Hop uit Emst.
De manier waarop ds. Kalmijn de notulen schrijft typeert hem. Een groot gevoel voor humor blijkt door zijn manier van schrijven. Af en toe komt in deze terugblik hiervan iets naar voren. Een maand later, op 5 mei 1946, herdenken wij dat Nederland 1 jaar bevrijd is van de Duitse bezetting.

Een van de taken van de kerkenraad is te zorgen voor het jeugdwerk. Hierbij ben ik zeer nauw betrokken geweest en ik zal hier een apart ge­deelte over schrijven. U kunt hiervan ook wat vinden in de uitgave Ecclesia In Fasna van Wim van `t Einde.

Het werk van de kerkenraad staat nu onder leiding van ds. Kal­mijn. Er breekt een tijd aan van rust in de gemeente en van de wederopbouw van ons land. Er is veel werk in de gemeente. Vaas­sen groeit en de buitenwijken moeten ook bewerkt worden. Ds. Kalmijn houdt om de veertien dagen in Niersen een Bijbelkring op zondagavond. Dat bevalt blijkbaar zo goed, dat er later in Niersen geregeld op zondagmiddag een kerkdienst wordt gehou­den. Deze dienst vindt plaats in het “Zusterhuis”. Zelf heb ik daar later ook dienst gedaan als ouderling. Meestal gingen we met de fiets, want veel auto’s waren er nog niet. Als Jaap Smit als diaken dienst had gingen we nog wel eens met de auto. Ds. Kal­mijn vond dat prachtig en zat heel knus voorin van het ritje en zijn sigaar te genieten. Na de dienst dronken we een kopje thee bij de zuster. Een dominee had toen een drukke dag. Eerst de morgendienst, middagdienst in Niersen en later nog weer de avonddienst. Die dienst in Niersen was maar een keer in de maand, maar toch drukke dagen.

 

02 De dertiger jaren

Het kerkenwerk heeft mij altijd geboeid. Als kind van 5 of 6 jaar ging ik met mijn moeder mee naar de kerk. Zij ging altijd en ik moest dan mee. Moeder was weduwe en ik zou alleen thuis zijn. Mijn beide zusters waren de deur al uit, alleen thuis blijven dat ging niet, dus ging ik mee. Meestal voelde ik dat kerk gaan niet als een last. Je wist niet beter. Als kind begreep ik niet veel van de preek, maar ik vond het wel fijn om in de kerk te zitten. De preken duurden voor een kind soms wel erg lang en dan stootte ik mijn moeder aan en fluisterde:”Duurt het nog lang?” Meestal zei ze dan:”Nog maar een paar minuten”.

Dat was het begin in 1934. Ds. van de Zee de toenmalige predikant, preekte nog met een tussenzang. Er werden alleen maar psalmen gezongen en ook niet ritmisch. Maar toch vond ik het wel prettig om er te zitten. Moeder had altijd wel iets in haar tasje, een pepermuntje of een snoepje en soms een velletje papier met een potloodje, dan verveelde ik mij niet zo. Maar toch alles bij elkaar, de sacramenten van doop en avond­maal, het orgel, het zingen, de ruimte en de rust, het was toch wel de “moeite” waard.

De preken in de kerk zijn volgens de meesten niet erg kind­vriendelijk en in de meeste gevallen is dat ook wel zo, maar in die jaren zeker niet. Maar ’s middags was er weer Zondags­school en dan kon je luisteren naar de mooie verhalen uit de Bijbel en mooie liederen zingen. Tegenwoordig zijn er nog al wat kinderliederen. In mijn kindertijd waren er alleen maar Psalmen en Liederen uit de bundel van Johannes de Heer.

Natuurlijk had ik ook wel eens geen zin om naar de kerk of naar de zondagsschool te gaan, want je moest ook altijd nog een versje leren. Voor de kleinen was dat een versje van vier regels maar voor de grote kinderen soms wel een versje van twaalf regels. En dan ‘s maandags moest je weer een versje kennen voor de lagere school. En zo leerde je heel wat versjes en dank zij het overhoren van mijn moeder kende ik ze dan ook meestal wel. Dat leren van die versjes is toch niet voor niets, want later toen ik ouderling was en bij de mensen op bezoek kwam, merkte ik dat de mensen een heleboel vergeten waren, maar een eenmaal geleerd psalmversje bleef hangen. Vaak was dat ook het enige aanknooppunt. Ondanks deze voor een kind, zo op het oog minder prettige dingen, denk ik na al die jaren toch met genoegen hierop terug. Ik blader graag in oude geschriften en dan komen de herinneringen vanzelf weer naar boven.

Natuurlijk geldt dit niet voor alle mensen. Heel wat mensen hebben niet zulke prettige herinneringen aan kerk en geloof. Ze ervaren het als een drukkende last en zo gauw ze zelf konden beslissen werd de kerk vaarwel gezegd. Dat is jammer. Het zijn vaak omstandigheden die hier toe leidden. Omstandigheden thuis en in hun omgeving en ook in de kerk zelf waren hier wel eens schuldig aan. Het ligt nooit aan de Heer der kerk, maar helaas nog wel eens aan Zijn “personeel”. De Heer wil graag dat alle mensen blij en gelukkig worden, maar de mens is soms zo dwars en dwaas.

Maar in elk geval wil ik trachten om de herinneringen die ik zelf heb uit die tijd en dan vanaf de oorlog naar boven te halen en op te schrijven. Geschiedkundig zal ik misschien wel eens geweld plegen, maar dan zonder bijbedoelingen. Ik wil proberen om het kerkenwerk hier in Vaassen van onze Hervormde ­Gemeente, verricht door mensen, op te schrijven zoals ik het beleefd heb en ervaren.
Dan denk ik met eerbied aan al die werkers in de kerk die zoveel tijd en moeite gegeven hebben aan een kerk die hun lief was en van uit hun geloof zo veel voor anderen gedaan en betekend hebben.

In de oorlogsjaren van 1940-1945 was Ds. Van Deelen hier predi­kant. Hij had het niet gemakkelijk. In een tijd waarin voedsel en brandstof zeer schaars was. Hij had een groot gezin en al die monden moesten gevoed en gekleed worden. Hij was geboren op 15 november 1900. In Adorp werd hij bevestigd in 1925. Na Oostermeer en Oosterend kwam hij in 1937 naar Vaassen. Op 4 juni 1993 overleed hij in Utrecht.
Ds. Van Deelen preekte niet gemakkelijk. Hij was wel eens moei­lijk te volgen, althans voor de jongeren.
Ds. Van der Zee, zijn voorganger, behoorde tot de Gereformeerde Bond.
Ds. Van Deelen was een confessionele predikant in Vaassen. Aan zijn beroep naar Vaassen ging een soort kerkstrijd vooraf. Hier weet ik weinig van en ik laat het ook maar liever rusten.
Na de oorlog stopt ds. Van Deelen met zijn loopbaan als predikant. Hij wordt aangesteld als 2e secretaris van de Bond voor Predikanten. Als consulent kregen wij ds. Hop uit Emst. Hij kwam op de catechisatie waar ik toen ook op zat. Het eerste wat hij vroeg was: “Met welke zondag uit de catechismus zijn jullie bezig?” Nou we waren helemaal niet met de catechismus bezig. We hoorden er wel eens van in de middagdienst op zon­dag, dan werd er vaak uit gepreekt, maar we behoefden er nooit uit te leren. Dat werd nu anders. We moesten maar meteen begin­nen met zondag 1, deze moesten we de volgende week kennen.

 

01 Inleiding

Laat ik beginnen mij voor te stellen. Mijn naam is Lubbert (Lub) Visch. Geboren te Gortel op 30 april 1928.
Mijn vader was Aat Visch, geboren in Gortel op 15 augustus 1885 en overleden op 16 september 1932. Mijn moeder was Maria Bosch ook geboren te Gortel en wel op 13 juni 1893. Zij is overleden op 7 juli 1982 te Vaassen. Beide zijn begraven te Emst. Ik had twee oudere zussen. Gerritje en Annetje.
Ik ben op 18 juni 1952 getrouwd met Evertje (Eef) Prins. Zij is geboren 8 februari 1929. Haar vader was Albert Prins, geboren 16 juni 1895 en overleed op 12 december 1970. Haar moeder was Janna Rozendal, geboren 18 februari 1890 en overleed op 9 februari 1962. Beide zijn begraven in Vaassen
We hebben drie dochters: Marianne, Joanne en Arita Marijke.

Ik ben gedoopt in de Hervormde kerk te Emst. Mijn vader was Gereformeerd en daar Gortel kerkelijk onder de Gereformeerde Kerk te Epe ressorteerde moest mijn vader zijn dochter Gerritje in Epe laten dopen. Mijn vader noch mijn moeder waren belijdende leden. De dominee van Epe stond erop dat mijn ouders eerst belijdenis deden alvorens hun dochter te laten dopen. Mijn ouders waren bereid belijdenis te doen, maar pas nadat hun dochter gedoopt was. Dat mocht niet. Mijn vader is toen naar de dominee van de Hervormde gemeente te Emst gegaan om de doop te vragen. Die wilde wel, als zij beloofden daarna belijdenis te doen. Dat was beloofd. Mijn zuster werd gedoopt en mijn ouders deden op 28 maart 1920 beiden belijdenis des geloofs in de Hervormde Gemeente te Emst.
Had de Eper dominee gehandeld als zijn collega uit Emst, was ik Gereformeerd geweest. En zo loopt het soms in het leven.

Na mijn geboorte woonden we dus nog in Gortel, maar mijn vader was nog maar 47 jaar toen hij stierf en daar wij woonden in een huis van de Houtvesterijen moesten we verhuizen. Mijn moeder vond een huis in Vaassen aan de Kerkweg, dicht bij de kerk en daar begon mijn leven in de Hervormde Gemeente van Vaassen.

Voor we verder gaan even het volgende: Wie wil reageren op mijn verhaal, kan dat doen via e-mail, lvisch@zonnet.nl.
Er mag zonder mijn toestemming niets, op welke wijze dan ook, van mijn verhaal gebruikt worden. Ik hoop dat u dat respecteert.

Waarom doe ik dit? Omdat het kerkelijk leven voor mij meer dan boeiend is. Niet alleen omdat er van alles in en om de kerk gebeurt, zoals de organisatie, de kerkenraad, het beheer en alles daar omheen. Het leeft in de kerk. Letterlijk en dat komt omdat het in de kerk altijd om mensen gaat. En in de eerste plaats om de Heer der kerk, die het ook om de mensen gaat.

Geslachten komen en geslachten gaan. Zij hebben in de kerk geleefd en gewerkt. Het evangelie is er gebracht op vele manieren aan jongen en ouden, door vele predikers. Ik spreek dan nog maar van eigen ervaringen en dat is nog maar ruim een halve eeuw. Ook is het een aaneenschakeling van gebeurtenissen, feiten en mensen. De predikant Ds. W. Vijfvinkel, schreef in Hervormd Vaassen van januari 1991, in het kader van Vaassen 1100 jaar. Het was ter gelegenheid dat Vaassen 1100 jaar geleden een kapel kreeg en daarmee ook het kerkelijk leven in Vaassen is begonnen. Hij schreef: “In gedachten zie ik hen bij het doopvont staan, een eindeloze rij. En de kerk gaat altijd door”. “De kerk is er bij vreugde en verdriet, met al haar eenheid en verdeeldheid”. En zo is het. Het is een werk dat door gewone mensen gedaan wordt in alle gebrekkigheid en niets menselijks is hen vreemd. Het wordt verricht door falende mensen, die dat weten, maar toch bezig zijn in die kerk, omdat ze zich daartoe geroepen voelen. Door predikanten, door ouderlingen en diakenen en niet te vergeten de kerkvoogden die altijd maar weer moeten zorgen dat de gelden bijeen gebracht worden, zodat het kerkenwerk voortgang kan vinden. De kerkvoogden werden vroeger bijgestaan door de notabelen. Dat college is tegenwoordig verdwenen en de kerkvoogden maken nu deel uit van de kerkenraad.